Benefix 500 Ui Nf Fl Pulv+ser Pre Remplie 5ml Sol
Op voorschrift
Geneesmiddel

Benefix 500 Ui Nf Fl Pulv+ser Pre Remplie 5ml Sol

  € 312,13

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 2,00 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 1,00 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

Terugvinden herkomst

Om het terugvinden van de herkomst van biologicals te verbeteren dienen de naam en het batchnummer van het toegediende product goed geregistreerd te worden.

Patiënten kunnen één van de verwijderbare etiketten van de injectieflacon in hun dagboek plakken om het batchnummer daarin vast te leggen of om eventuele bijwerkingen te melden.

Overgevoeligheid

Allergie-achtige overgevoeligheidsreacties kunnen worden waargenomen met BeneFIX. Het product bevat sporen van hamstereiwitten. Mogelijk levensbedreigende anafylactische/anafylactoïde reacties zijn opgetreden bij gebruik van factor IX-producten, waaronder BeneFIX. Indien er symptomen van overgevoeligheid optreden, dient patiënten te worden geadviseerd om onmiddellijk te stoppen met het gebruik van het geneesmiddel en contact op te nemen met hun arts. Patiënten moeten worden geïnformeerd over de vroege tekenen van overgevoeligheidsreacties, zoals ademhalingsproblemen, kortademigheid, zwelling, galbulten (netelroos), gegeneraliseerde urticaria, jeuk, gevoel van beklemming op de borst, bronchospasme, laryngospasme, piepende ademhaling, hypotensie, wazig zien en anafylaxie.

In sommige gevallen hebben deze reacties zich ontwikkeld tot ernstige anafylaxie. In geval van shock moeten de huidige medische richtlijnen voor de behandeling van shock worden gevolgd. In geval van ernstige allergische reacties moeten alternatieve hemostatische maatregelen worden overwogen.

Remmers
Remmers worden soms aangetroffen bij eerder behandelde patiënten (Previously Treated Patients, PTP's) die werden behandeld met producten die factor IX bevatten. Aangezien één PTP die is behandeld met BeneFIX een klinisch relevante remmer met een lage respons heeft ontwikkeld gedurende klinische studies en aangezien de ervaring met de antigeniciteit van recombinante factor IX nog steeds beperkt is, moeten patiënten die met BeneFIX worden behandeld nauwkeurig worden gevolgd om de ontwikkeling van factor IX-remmers na te gaan die moeten worden getitreerd in Bethesda-eenheden door gebruik te maken van de daarvoor bestemde biologische testen.

Er zijn meldingen in de wetenschappelijke literatuur die een verband aantonen tussen het voorkomen van een factor IX-remmer en allergische reacties. Patiënten die allergische reacties ondervinden moeten dan ook worden gecontroleerd op de aanwezigheid van een remmer. Er moet worden opgemerkt dat patiënten met factor IX-remmers een verhoogd risico kunnen lopen op anafylaxie bij daaropvolgende hernieuwde toediening van factor IX. De preliminaire informatie suggereert dat er een relatie kan bestaan tussen de aanwezigheid van aanzienlijke deletiemutaties in een factor IX-gen van een patiënt en een verhoogd risico op de vorming van een remmer en het optreden van acute overgevoeligheidsreacties. Patiënten van wie bekend is dat zij aanzienlijke deletiemutaties van het factor IX-gen hebben dienen nauwlettend geobserveerd te worden op verschijnselen en symptomen van acute overgevoeligheidsreacties, met name tijdens de vroege fases van eerste blootstelling aan het product.

Als gevolg van het risico op allergische reacties met factor IX-concentraten moeten de initiële toedieningen van factor IX, volgens het oordeel van de behandelende arts, worden uitgevoerd onder medisch toezicht daar waar de juiste medische behandeling voor allergische reacties kan worden gegeven.

Trombose
Hoewel BeneFIX alleen factor IX bevat, moet het risico op trombose en diffuse intravasale stolling (DIS) worden onderkend. Aangezien het gebruik van concentraten van factor IX-complexen historisch werd geassocieerd met de ontwikkeling van trombo-embolische complicaties, kan het gebruik van producten die factor IX bevatten mogelijk gevaarlijk zijn bij patiënten die tekenen vertonen van fibrinolyse en bij patiënten met diffuse intravasale stolling (DIS). Gezien het potentiële risico op trombotische complicaties, moet klinische controle op vroege tekenen van trombotische coagulopathie en verbruikscoagulopathie met de daarvoor bestemde biologische testen worden ingesteld bij de toediening van dit product aan patiënten met een leveraandoening, postoperatieve patiënten, pasgeborenen of patiënten die risico lopen op trombotische voorvallen of DIS. In elk van deze situaties moet het voordeel van een behandeling met BeneFIX worden afgewogen tegen het risico op deze complicaties.

De veiligheid en werkzaamheid van BeneFIX toegediend door middel van continue infusie zijn niet vastgesteld (zie ook rubrieken 4.2 en 4.8). Er zijn postmarketingmeldingen geweest van trombotische voorvallen, inclusief levensbedreigend vena cava superior (VCS)-syndroom bij zieke neonaten in kritieke toestand, terwijl zij continue infusie met BeneFIX kregen via een centraal veneuze katheter (zie ook rubriek 4.8).

Cardiovasculaire voorvallen
Bij patiënten met reeds bestaande cardiovasculaire risicofactoren kan substitutietherapie met FIX het cardiovasculaire risico verhogen.

Nefrotisch syndroom
Het optreden van een nefrotisch syndroom werd gemeld na een poging tot inductie van immunotolerantie bij hemofilie B-patiënten met factor IX-remmers en een voorgeschiedenis van allergische reacties. De veiligheid en de werkzaamheid van BeneFIX om immunotolerantie te induceren, werden niet vastgesteld.


Speciale populaties
Er zijn onvoldoende gegevens bekend uit klinische onderzoeken met BeneFIX over de behandeling van patiënten die niet eerder behandeld werden (Previously Untreated Patients, PUP's).

Natriumgehalte

Na reconstitutie bevat BeneFIX 0,2 mmol natrium (4,6 mg) per injectieflacon, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is. Afhankelijk van het lichaamsgewicht van de patiënt en de dosering van BeneFIX kunnen patiënten meerdere injectieflacons toegediend krijgen. Hiermee dient rekening gehouden te worden als de patiënt een natriumarm dieet volgt.

Hemofilie B

4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Er zijn geen interacties van producten met humane coagulatiefactor IX (rDNA) met andere geneesmiddelen gemeld.

Samenvatting van het veiligheidsprofiel
Overgevoeligheid of allergische reacties (waaronder mogelijk angio-oedeem, brandend gevoel en stekend gevoel op de infusieplaats, rillingen, overmatig blozen, gegeneraliseerde urticaria, hoofdpijn, galbulten (netelroos), hypotensie, lethargie, misselijkheid, rusteloosheid, tachycardie, beklemd gevoel op de borst, tintelingen, braken, piepende ademhaling) zijn waargenomen en kunnen zich in sommige gevallen ontwikkelen tot ernstige anafylaxie (waaronder shock). In sommige gevallen hebben deze reacties zich ontwikkeld tot ernstige anafylaxie en kwamen deze voor qua tijdstip in nauwe samenhang met de ontwikkeling van factor IX-remmers (zie ook rubriek 4.4). Nefrotisch syndroom is gemeld na een poging tot inductie van immunotolerantie bij hemofilie B-patiënten met factor IX-remmers en een voorgeschiedenis van allergische reacties.

Zeer zelden is ontwikkeling van antilichamen tegen hamstereiwitten met daaraan gerelateerde overgevoeligheidsreacties waargenomen.

Patiënten met hemofilie B kunnen neutraliserende antilichamen (remmers) ontwikkelen tegen factor IX. Indien dergelijke remmers zich ontwikkelen, zal de toestand zich manifesteren als een onvoldoende klinische reactie. In dergelijke gevallen wordt aanbevolen contact op te nemen met een gespecialiseerd centrum voor hemofilie.

Er is een potentieel risico op trombo-embolische episoden na toediening van factor IX-producten, zie rubriek 4.4.

Getabelleerde lijst van bijwerkingen
In de tabel hieronder wordt de indeling volgens de MedDRA-systeem/orgaanclassificatie (systeem/orgaanklasse en voorkeursterm) gevolgd. De frequenties zijn vastgesteld volgens de volgende conventie: zeer vaak (≥ 1/10); vaak (≥ 1/100, <� 1/10); soms (≥ 1/1.000, <� 1/100), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). In de tabel staan bijwerkingen die zijn gemeld in de klinische onderzoeken met eerder behandelde patiënten en die zijn vastgesteld gedurende gebruik na het op de markt brengen. De frequenties zijn gebaseerd op bijwerkingen welke, ongeacht de causaliteit, tijdens gepoolde klinische onderzoeken met 224 personen optraden.

Binnen elke frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.

Systeem/orgaanklasse Zeer vaak
≥ 1/10
Vaak
≥ 1/100,
<� 1/10
Soms
≥ 1/1.000,
<� 1/100

Frequentie
niet bekend
(kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald)
Infecties en parasitaire aandoeningen Cellulitis op infusieplaatsa
Bloed- en lymfestelselaandoeningen Factor IX-remmersb
Immuunsysteemaandoeningen Overgevoeligheidc Anafylactische reactie*
Zenuwstelselaandoeningen Hoofdpijnd Duizeligheid;
Dysgeusie
Somnolentie;
Tremor
Oogaandoeningen Gezichtsstoornissene
Hartaandoeningen Tachycardief
Bloedvataandoeningen Flebitis; overmatig blozeng Hypotensieh Vena cava superior-syndroomi,* ;
diepe veneuze trombose*;
trombose*;
tromboflebitis*
Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen Hoestenj
Maagdarmstelselaandoeningen Braken; misselijkheid
Huid- en onderhuidaandoeningen Uitslagk; urticaria
Nier- en urinewegaandoeningen Nierinfarctl
Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen Pyrexie Onaangenaam gevoel op de borsto; reactie op de infusieplaatsn; pijn op de infusieplaatsm Onvoldoende therapeutische respons*
Onderzoeken Onvoldoende factor IX recuperatie p, *
* Bijwerking vastgesteld na het op de markt brengen
a waaronder cellulitis
b voorbijgaande vorming van remmers met lage titer
c waaronder geneesmiddelenovergevoeligheid, angio-oedeem, bronchospasme, piepende ademhaling, dyspneu en laryngospasme
d waaronder migraine, sinushoofdpijn
e waaronder flikkerscotoom en wazig zien
f waaronder verhoogde hartfrequentie, sinustachycardie
g waaronder opvliegers, het heet hebben, warme huid
h waaronder verlaagde bloeddruk
i vena cava superior (VCS)-syndroom bij zieke pasgeborenen in kritieke toestand, terwijl zij continue infusie met BeneFIX kregen via een centraal veneuze katheter
j waaronder productieve hoest
k waaronder vlekkerige uitslag, papulaire uitslag, maculo-papulaire uitslag
l ontwikkeld bij een patiënt positief voor antilichamen tegen hepatitis C 12 dagen na toediening van een dosis BeneFIX vanwege een bloedingsepisode.
m waaronder pijn op de injectieplaats, ongemak op de infusieplaats
n waaronder pruritus op infusieplaats, erytheem op infusieplaats
o waaronder pijn op de borst en een beklemd gevoel op de borst
p Dit is een letterlijke term. Er is geen voorkeursterm volgens MedDRA 17.1 teruggevonden.


Beschrijving van bepaalde bijwerkingen

Overgevoeligheid/allergische reacties
Indien er een vermoedelijke overgevoeligheidsreactie optreedt waarvan wordt gedacht dat deze gerelateerd is aan de toediening van BeneFIX, zie rubrieken 4.2 en 4.4.

Ontwikkeling van remmers
Een klinisch relevante remmer met een lage respons werd ontdekt bij 1 van de 65 BeneFIX-patiënten (waaronder 9 patiënten die alleen aan de chirurgische studie deelnamen) die eerder uit plasma verkregen producten hadden ontvangen. Deze patiënt kon verder worden behandeld met BeneFIX zonder anamnestische verhoging van remmers of anafylaxie (zie rubriek 4.4).

Pediatrische patiënten
Allergische reacties kunnen bij kinderen vaker optreden dan bij volwassenen.

Er zijn onvoldoende gegevens beschikbaar die informatie geven over de incidentie van remmers bij PUP's (zie ook rubriek 5.1).

Melding van vermoedelijke bijwerkingen
Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico's van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten - Afdeling Vigilantie, Eurostation II, Victor Hortaplein, 40/ 40, B-1060 Brussel (website: www.fagg.be; e-mail: adversedrugreactions@fagg-afmps.be).

Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in "Samenstelling" vermelde hulpstoffen.
Bekende allergische reactie op hamstereiwitten.

Bent u zwanger bent, denkt u zwanger te zijn, wilt u zwanger worden of geeft u borstvoeding? Dan mag u BeneFIX alleen gebruiken op specifieke instructie van uw arts. Men weet niet of BeneFIX schade kan toebrengen aan het ongeboren kind wanneer het aan zwangere vrouwen wordt toegediend. Uw arts kan u aanraden om de behandeling met BeneFIX stop te zetten als u borstvoeding geeft of zwanger wordt.

Neem contact op met uw arts of apotheker voordat u dit geneesmiddel gebruikt.

Volwassenen en kinderen > 6 jaar

  • De dosering en de duur van de substitutietherapie zijn afhankelijk van de ernst van de factor-IX-deficiëntie, de locatie en de omvang van de bloedingen en de klinische toestand van de patiënt
  • De vereiste aantal IE factor IX = lichaamsgewicht (kg) x gewenste stijging van de factor IX (% of IE/dl) x 1/waargenomen recovery (IE/kg)
  • Langetermijnprofylaxe (ernstige hemofilie B): 40 IE/kg (gaande van 13 tot 78 IE/kg) met intervallen van 3 tot 4 dagen

Toedieningswijze

  • IV infusie, max. 4 ml/min
  • Reconstitueren met het bijgeleverde oplosmiddel: 5 ml 0,234% NaCl in een voorgevulde spuit
  • Na reconstitutie binnen de 3 uur gebruiken
CNK 2446839
Organisaties Pfizer
Breedte 91 mm
Lengte 141 mm
Diepte 50 mm
Hoeveelheid verpakking 1
Actieve ingrediënten nonacog alfa
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)