contactgegevens
APOTHEEK LANOO
Heidestraat 82a
3590 Diepenbeek
T. 011 33 19 11
pascale.lanoo@telenet.be
› Hodgkin

Hoe merk ik het?

  • Opgezette klieren (met pijn na alcoholgebruik)
  • Koorts
  • Gewichtsverlies
  • Jeuk
  • Nachtelijke zweetaanvallen

Hoe werkt het?

Een lymfoom is een kanker van een lymfeklier. Lymfeklieren spelen een belangrijke rol in de afweer van het lichaam. Het zijn tussenstations in de lymfebanen. We kunnen ze vaak voelen in de hals, nek, oksels, liezen, rond het sleutelbeen. Er worden bacteriën en virussen gedood en afweercellen en afweerstoffen geproduceerd. Is er ergens in het lichaam een infectie, dan zwellen de lymfeklieren in de buurt op om extra afweercellen en -stoffen te maken. Er bestaan vele soorten van kanker van de lymfeklieren. Eén daarvan is de ziekte van Hodgkin. De andere noemt men samen de Non-Hodgkin lymfomen. Dit onderscheidt wordt gemaakt omdat het Hodgkin lymfoom over het algemeen beter behandelbaar is dan het Non-Hodgkin lymfoom. Hodgkin lymfoom is een ziekte die vooral voorkomt bij mensen onder de vijftig jaar. Begint vaak als een pijnloze opgezette lymfeklier. De klier is wat groter en harder dan normaal bij een opgezette lymfeklier en de zwelling zakt niet af na een paar weken. Later kunnen zich vergelijkbare zwellingen ontwikkelen in lymfeklieren in de buurt en ook elders in het lichaam. Aanvankelijk zijn er geen verdere verschijnselen. Met het vorderen van de ziekte ontstaan klachten als koorts, gewichtsverlies, jeuk, nachtelijke zweetaanvallen. Een typisch symptoom dat altijd genoemd wordt is pijn in de opgezette klieren bij het gebruik van alcohol. Bij microscopisch onderzoek van een aangetaste lymfeklier valt een speciale cel op, de zgn. Sternberg-Reed cel.: De Symptomen en klachten van het Non-Hodgkin lymfoom zijn vergelijkbaar met die van het Hodgkin lymfoom. Non-Hodgkin lymfoom is een ziekte van de oudere mens. Hier wordt de Sternberg-Reed cel niet aangetroffen.

Hoe ontstaat het?

De oorzaak van het Hodgkin lymfoom is niet bekend. Er is meer kans op het krijgen van de ziekte indien de afweer onderdrukt is, zoals bij AIDS of als men afweer onderdrukkende medicijnen gebruikt, zoals na een transplantatie. Ook van het non-Hodgkin lymfoom is geen oorzaak bekend. Ook hier kan een verminderde afweer een rol spelen, evenals bestraling in het verleden als behandeling van een andere kanker.

Hoe ga ik er zelf mee om?

  • Als u een knobbel bemerkt die niet met enkele weken verdwijnt, raadpleeg dan uw arts.
  • Wat doet de arts?
  • Er worden cellen uit de zwelling opgezogen of de klier wordt in zijn geheel verwijderd voor microscopisch onderzoek. Daarmee kan de diagnose worden gesteld. Vervolgens wordt met scans, röntgen- en bloedonderzoek nagegaan hoever het proces zich heeft uitgebreid. De mate van uitbreiding is van belang bij de keuze van de juiste behandeling. Men spreekt van stadium I tot en met IV. Bij stadium I is één klierstation aangedaan, bij stadium IV zit de ziekte ook in andere organen.
  • Hodgkin lymfoom: behandeling bestaat uit alleen bestraling, alleen chemotherapie of een combinatie van beide, afhankelijk van de aangetroffen omstandigheden. In stadium I en II bereikt men daarmee genezingspercentages van 80 tot 90 procent. Heeft de ziekte zich verder uitgebreid (stadium III en IV) dan haalt men een vijfjaars ziektevrije periode van 60 tot 80procent.
  • Non-Hodgkin lymfoom: ook bij deze gezwellen kent men een indeling naar uitbreiding van het gezwel in vier stadia. Tevens wordt gekeken naar de agressiviteit waarmee de cellen groeien. Voor de overlevingskans is ook de leeftijd van de patiënt van belang: de kans op genezing is kleiner als men ouder is. In stadium I en II geneest 70 tot 90 procent. De vijfjaars overleving voor Non-Hodgkin lymfomen bedraagt gemiddeld 45 procent.

Wetenschappelijk nieuws

In tegenstelling tot wat altijd wordt aangenomen ontstaat bloedarmoede bij patiënten met Hodgkin-lymfoom níet door ijzergebrek, schrijven onderzoekers van het UMC St Radboud deze week in het Journal of Clinical Oncology. Het is de ontstekingsreactie bij deze patiënten die ervoor zorgt dat de thermostaat in de lever, die de ijzerafgifte aan het bloed regelt, veel te ver wordt dichtgedraaid. Meer ijzer geven helpt dus niet; de thermostaat moet beter worden afgesteld. Veel patiënten met Hodgkin-lymfoom - een vorm van kanker in de witte bloedcellen - hebben last van bloedarmoede. Die bloedarmoede verslechtert de kwaliteit van leven; de patienten hebben weinig energie en zijn doodmoe. De geijkte behandeling tegen bloedarmoede is het geven van extra ijzer. Daardoor kan het lichaam extra rode bloedcellen aanmaken. Maar bij patiënten met Hodgkin-lymfoom werkt die aanpak niet. De vraag is: waarom niet? Dorine Swinkels, hoogleraar klinische chemie aan het UMC St Radboud, presenteert in het Journal of Clinical Oncology het verrassende antwoord. De patiënten hebben geen tekort aan ijzer, maar kunnen het aanwezige ijzer in hun lichaam niet goed gebruiken. Dat komt door een te hoge concentratie hepcidine in het bloed, zo blijkt uit ons onderzoek bij 65 patiënten." Patiënten met Hodgkin-lymfoom ontwikkelen als gevolg van hun aandoening een chronische ontstekingsreactie. Een belangrijk stofje in die ontstekingsreactie is interleukine 6. In samenwerking met (inter)nationale wetenschappers ontdekte Swinkels dat dit interleukine de concentratie van het eiwit hepcidine omhoog jaagt. Met vervelende gevolgen. Swinkels: "De belangrijkste ijzercyclus in het lichaam bestaat uit de aanmaak en afbraak van rode bloedcellen. Bij de aanmaak van nieuwe rode bloedcellen in het beenmerg wordt ijzer ingebouwd. En aan het eind van hun leven worden de rode bloedcellen in de lever en milt weer afgebroken en kan het ijzer via het bloed weer naar het beenmerg. Klaar voor de volgende cyclus. Maar bij patiënten met Hodgkin-lymfoom gaat het mis in dit laatste stukje. De afgifte van het ijzer wordt namelijk geregeld door een klein, maar zeer belangrijk eiwit: hepcidine. Bij een lage concentratie hepcidine gaat er veel ijzer van de lever en milt naar het bloed, maar bij een hoge concentratie wordt die afgifte juist afgeknepen. Daardoor krijgt het bloed te weinig ijzer en ontstaat anemie." De opheldering van dit fundamentele proces heeft belangrijke consequenties voor de therapie. Swinkels: "Bij deze patiënten helpt toediening van ijzer dus niet. Integendeel: de overdosis aan ijzer die zo ontstaat, kan op termijn juist nog meer schade aanrichten. De behandeling moet zich primair richten op het verlagen van de concentratie hepcidine, niet op het verhogen van de hoeveelheid ijzer. Diverse farmaceuten zijn dan ook druk bezig met de ontwikkeling van een hepcidine-remmer." Sinds de ontdekking van hepcidine in 2000, wordt steeds duidelijker dat dit eiwit een belangrijke rol speelt in veel lichaamsprocessen, zoals ontstekingen, infecties en bloedarmoede van de chronische ziekten. Het meten van hepcidine-concentraties is echter nog erg complex. Veel onderzoekers maken daarom gebruik van de testen die worden aangeboden door Hepcidinanalysis.com (www.hepcidinanalysis.com), een spinoff van het UMC St Radboud, waar Swinkels samen met dr. Harold Tjalsma leiding aan geeft. "Op dit moment maken we gebruik van vrij dure testen op basis van massaspectrometrie", zegt Tjalsma. "Op termijn willen we een goedkopere test aanbieden die in vrijwel elk lab is te gebruiken. Dat kan het onderzoek naar hepcidine een nieuwe boost geven."