contactgegevens
APOTHEEK LANOO
Heidestraat 82a
3590 Diepenbeek
T. 011 33 19 11
pascale.lanoo@telenet.be
› Hartritmestoornissen

Hoe merk ik het?

  • Een afwijkende hart- of polsslag: te langzaam, te snel of onregelmatig
  • Veroorzaakt niet altijd klachten
  • Klachten die kunnen optreden zijn:
  • Hartkloppingen
  • Een licht gevoel in het hoofd, duizeligheid of zelfs flauwvallen
  • Moeheid, gevoel van zwakte
  • Pijn op de borst of benauwdheid

Hoe werkt het?

Iedere hartslag (veroorzaakt door het samentrekken van de gespierde wand van het hart) wordt voorafgegaan door een elektrische prikkel. Deze elektrische prikkel ontstaat in de sinusknoop, een groepje cellen in de wand van de rechter boezem (atrium) van het hart. De prikkel wordt vanuit de sinusknoop geleid naar de beide boezems van het hart en vandaar naar de atrioventriculaire knoop (AV-knoop), op de grens tussen boezems en kamers (ventrikels). Vanuit de AV-knoop loopt een vezelbundel naar de kamers van het hart. De elektrische prikkel kan zo uiteindelijk alle spiervezels van het hart bereiken. Normaal zendt de sinusknoop ongeveer 60 tot 100 prikkels per minuut uit in een regelmatig ritme (het sinusritme). De normale hartfrequentie bedraagt dan ook 60 tot 100 slagen per minuut. Het sinusritme wordt beïnvloed door de ademhaling, het versnelt enigszins tijdens de inademing, vooral bij jongeren. Soms kan het daardoor lijken of het sinusritme onregelmatig is. Ook andere factoren beïnvloeden de sinusknoop en dus de hartslag: bepaalde hormonen (adrenaline) en zenuwprikkels kunnen het hart sneller (bij inspanning, angst of stress) of langzamer (in rust) doen slaan. Er zijn van hartritmestoornissen meerdere indelingen mogelijk. Een overzichtelijke is die welke de ritmestoornissen indeelt in een te langzame hartslag (bradycardie), een te snelle hartslag (tachycardie) en in overslagen (extrasystolen).

Hoe ontstaat het?

Lang niet altijd is er een verklaring te vinden voor de hartritmestoornis. Wel is het in het algemeen verstandig onderzoek te doen naar een eventuele oorzaak. Deze kan zich in of buiten het hart bevinden. Oorzaken buiten het hart zijn onder andere: veel sporten, een te trage schildklierfunctie, medicijngebruik (bijvoorbeeld een bètablokker, medicijnen tegen astma), inspanning, spanning, koorts, een te snelle schildklierfunctie of bloedarmoede, overmatig koffie-, alcohol- of nicotinegebruik,. Oorzaken in het hart zijn onder andere: een zieke sinusknoop (sick-sinus syndroom), abnormale verbindingen tussen boezem en kamer, onvoldoende zuurstofvoorziening van het hart, beschadigingen van de hartspier en andere hartziekten (zoals hartklepafwijkingen of hartfalen).

Hoe ga ik er zelf mee om?

Indien u last heeft klachten die passen bij hartritmestoornissen is het verstandig een afspraak te maken bij uw huisarts. Zelf kunt u er, wanneer nog niet duidelijk is wat er aan de hand is, weinig aan doen.

Hoe gaat de arts er mee om?

De huisarts zal uw hart en longen onderzoeken, uw pols voelen en de bloeddruk meten. Omdat hartritmestoornissen in veel gevallen maar af en toe aanwezig zijn is daarbij meestal niets afwijkend te vinden. Daarom is het van belang dat u kunt vertellen wat u voelt als u last heeft van een ritmestoornis: is de hart- of polsslag langzaam of snel, regelmatig of onregelmatig, ontstaat de stoornis geleidelijk of abrupt, voelt u overslagen bij een verder normaal ritme, kunt u de ritmestoornis door met uw knokkels op tafel te tikken nabootsen? In veel gevallen is met deze informatie al aan te geven in welke richting gezocht moet worden. Belangrijke gegevens kunnen ook worden verkregen door middel van een ECG (elektrocardiogram of hartfilmpje). Het zal regelmatig nodig zijn dat de huisarts u voor nader onderzoek verwijst naar de specialist, in dit geval de cardioloog. Veelal zal eerst geprobeerd worden om de ritmestoornis met medicijnen (de antiarrhythmica) te behandelen. Voor een veel te langzaam kloppend hart kan een pacemaker uitkomst brengen.

Wetenschappelijk nieuws

Onderzoekers van het AMC hebben sterke aanwijzingen gevonden dat één bepaald gen een voorspeller kan zijn van hartritmestoornissen na een infarct. Dat maken zij bekend in een artikel in het toonaangevende wetenschappelijk tijdschrift Nature Genetics. Plotselinge hartdood door hartritmestoornissen is verantwoordelijk voor een kleine 20 procent van de sterfgevallen in de VS en Europa. Er lijkt een sterk verband te bestaan tussen een afwijking op chromosoom 21 en het optreden van levensbedreigende hartritmestoornissen tijdens een acuut hartinfarct. Dat schrijven AMC-onderzoekers Connie Bezzina (moleculair geneticus) en Arthur Wilde (cardioloog) in een artikel in Nature Genetics dat op 11 juli online is gepubliceerd. De afdeling Experimentele Cardiologie van het Hartfaalcentrum van het AMC doet al langer onderzoek naar de genetische achtergronden van plotselinge hartdood, met financiële ondersteuning van onder andere de Nederlandse Hartstichting. Zo is Bezzina "established investigator" van de Hartstichting. Cardiovasculaire aandoeningen eisen wereldwijd zeven miljoen levens per jaar. Plotselinge hartdood is verantwoordelijk voor zo"n twintig procent van alle natuurlijke sterfgevallen van volwassenen. Vandaar dat er een wereldwijde jacht gaande is op de genetische achtergronden van hart- en vaatziekten. Uit eerder onderzoek naar de genetica van het hartritme kwamen al duidelijke aanwijzingen naar voren dat een genetische component een rol speelt bij de kans op plotselinge hartdood tijdens een hartinfarct. Het zou veel gezondheidswinst opleveren als het mogelijk zou zijn op grond van een genetisch profiel de kans op ritmestoornissen (aritmie) in te schatten. Connie Bezzina heeft nu onderzocht welke genetische factoren die kans beïnvloeden. Daarvoor werd een zogenaamde genome-wide association analyse uitgevoerd. Bij een grote groep patiënten met deze specifieke hartritmestoornissen, verzameld vooral in Amsterdam (AMC) en Eindhoven (Catharina Ziekenhuis), is onderzocht of er verbanden gevonden kunnen worden tussen het optreden van aritmie en verschillen in het DNA. Het AMC-onderzoek lijkt uit te wijzen dat chromosoom 21q21 betrokken is bij hartritmestoornissen. Op dit chromosoom ligt een gen dat mogelijk een rol speelt bij de respons op virusinfecties. Het lijkt indirect de elektrische prikkelgeleiding in het hart te beïnvloeden. "Dit is een opwindende ontdekking", zegt Bezzina. "Het leidt tot interessante gedachten en dit geeft nieuwe richting aan verder onderzoek." "Er zullen vast meer genetische factoren zijn", aldus Bezzina, "maar dit is de eerste keer dat zo duidelijk is aangetoond welk gen een rol speelt bij ritmestoornissen. Dit is de plek waar verder onderzoek zich op zal richten. Ook het achterliggende mechanisme moeten we verder gaan uitpluizen." Pas als daar meer duidelijkheid over komt, zal het mogelijk zijn om medicijnen te ontwikkelen die de ritmestoornissen kunnen voorkomen
Het onderzoek van Bezzina c.s. is financieel ondersteund door de Nederlandse Hartstichting, de Leducq Foundation, het Center for Translational Molecular Medicine en het Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland (ICIN).