contactgegevens
APOTHEEK LANOO
Heidestraat 82a
3590 Diepenbeek
T. 011 33 19 11
pascale.lanoo@telenet.be
› Hartfalen

Hoe merk ik het?

  • Kortademigheid
  • Vasthouden van vocht (oedeem)
  • Snel optredende vermoeidheid

Hoe werkt het?

Als het hart om wat voor reden dan ook niet goed pompt, circuleert er minder bloed door het lichaam. Het lichaam en de organen ontvangen daardoor minder bloed en gaan slechter functioneren. Dat maakt u moe. Als de nieren niet goed doorbloed worden, scheiden ze minder vocht (urine) af. U merkt dat aan vochtophoping in het lichaam. In de longen, waardoor u benauwd en kortademig wordt (longoedeem) en in de benen die gaan opzetten (oedeem). 's Nachts in bed, als het lichaam tot rust komt, wordt een deel van het extra vocht uitgescheiden zodat u vaak naar het toilet moet. Hartfalen kan acuut ontstaan, bijvoorbeeld door een hartinfarct of een plotselinge ritmestoornis. U wordt dan plotseling hevig benauwd. De klachten kunnen zich ook heel geleidelijk ontwikkelen, in de loop van weken of maanden.

Hoe ontstaat het?

Er zijn een aantal oorzaken aan te wijzen voor het minder gaan functioneren van het hart. Door een hartinfarct sterft een deel van de hartspier af. Een deel van het hart pompt dan niet meer mee, dus neemt het prestatievermogen van het hart af. Ook kan het hart het uitgeput opgeven als u jarenlang hoge bloeddruk hebt gehad. Als een hartklep lekt pompt het hart heel inefficiënt, wat ook tot uitputting kan leiden. Een heel snelle hartslag door een hartritmestoornis veroorzaakt ook een inefficiënte werking. Sommige virussen kunnen een hartspierontsteking veroorzaken met hartfalen als gevolg. Ook chronisch alcoholgebruik kan tot hartverzwakking leiden.

Hoe ga ik er zelf mee om?

In het acute stadium is (bed)rust noodzakelijk. Dat voorkomt dat het hart onnodig belast wordt. Ook na het acute stadium is het noodzakelijk het hart te ontzien. Val daarom af. Stop met roken, want dat heeft een nadelige invloed op de bloedvaten die het hart van bloed voorzien. Wees zuinig met zout want door teveel zout kunt u extra vocht vasthouden. Gebruik niet teveel alcohol, dat beschadigt de hartspier. Anderzijds moet het hart wel in conditie gehouden worden. Regelmatige beweging is daarvoor van belang.

Hoe gaat de arts er mee om?

Raadpleeg altijd uw arts als u last hebt van klachten die op hartfalen wijzen. Aan de hand van uw klachten en een lichamelijk onderzoek kan er meestal wel een diagnose gesteld worden. Soms is extra onderzoek nodig. Het falende hart kan op verschillende manieren behandeld worden. Door plaspillen te gebruiken plast u overtollig vocht uit. Bloeddrukverlagende middelen en bloedvatverwijders maken dat het hart minder hard hoeft te pompen. Hiervoor worden vaak zogeheten ace-remmers gebruikt. Digoxine versterkt de hartspier en heeft een remmende werking op het hartritme waardoor het hart effectiever klopt. Ook bètablokkers remmen het hartritme. Maar omdat deze middelen ook een negatief effect hebben op de kracht van de hartspier moeten bètablokkers voorzichtig worden toegepast. Nitraten verwijden de bloedvaten elders in het lichaam. Daardoor stroomt er minder bloed naar het hart dat daardoor minder belast wordt. Eventuele hartritmestoornissen kunnen met verschillende soorten medicijnen behandeld worden. De kwaliteit van leven die resteert bij hartfalen is sterk afhankelijk van de restcapaciteit van de hartspier. Het kan zijn dat u vrijwel normaal kunt functioneren. Maar het is ook mogelijk dat zelfs de geringste inspanning al kortademigheid veroorzaakt. Om het hart te sparen zorgen medicijnen ervoor dat het hart zoveel mogelijk wordt afgeremd. Er wordt daardoor minder bloed door het lichaam rondgepompt. Dat heeft als nadelig gevolg dat een continu gevoel van vermoeidheid ontstaat. Dat kan heel onaangenaam zijn. Patiënten met een ernstige hartzwakte kunnen soms met veel moeite met veel medicijnen in een wankel evenwicht gehouden worden. Voor deze groep kan een harttransplantatie de enig nog overblijvende oplossing zijn.

Wetenschappelijk nieuws

Bijna een derde van de mensen ouder dan 55 jaar ontwikkelt hartfalen. Onderzoek van Katja van den Hurk toont aan dat een verhoogd risico tot wel 17 jaar voor het ontstaan van hartfalen kan worden aangetoond. Haar voorspellingsmodel maakt vroege opsporing en het voorkomen van veel ziektelast mogelijk. Van den Hurk promoveert op 18 november aan VUmc. Van den Hurk onderzocht de hartfunctie van 455 mensen die al 8 tot 17 jaar gevolgd werden binnen een grootschalig bevolkingsonderzoek: de Hoorn-studie. Mensen met een stijvere hartspier op latere leeftijd (gemiddeld 75 jaar oud) bleken al 17 jaar eerder verhoogde risicofactoren te vertonen, zoals een hoge bloeddruk, hoog cholesterol, hoge glucosewaarden en een verhoogd lichaamsgewicht. Tevens ontwikkelde zij een model waarmee het ontstaan van hartfalen kan worden voorspeld. Door leefstijlveranderingen en behandeling van hypertensie kan hartfalen mogelijk voorkomen worden. Vroege opsporing van mensen met een verhoogd risico op hartfalen kan daarom zinvol zijn voor het voorkomen van zowel hartfalen als cognitieve problemen. Vijf jaar na het vaststellen van hartfalen is de kans op overleving slechts 35%. Voor hartfalenpatiënten die ook type 2 diabetes hebben, geldt een nog slechtere prognose. Het risico op overlijden is dan zelfs 40% hoger. Hartfalen leidt bovendien tot een drastische vermindering van kwaliteit van leven. Vermoeidheid en kortademigheid beperken het dagelijks functioneren en het vermogen om leuke dingen te doen. Bovendien bleek uit dit onderzoek dat mensen met een verminderde hartfunctie ook slechter scoorden op cognitieve testen, wat het dagelijks functioneren en het volgen van ingewikkelde medicatieschema's verder bemoeilijkt. Ondanks de grote gevolgen voor de patiënt en de samenleving, wordt hartfalen vaak niet of te laat aangetoond.

Jicht