contactgegevens
APOTHEEK LANOO
Heidestraat 82a
3590 Diepenbeek
T. 011 33 19 11
pascale.lanoo@telenet.be
› Eierstokkanker

Hoe merk ik het?

  • Vage onderbuikspijn
  • Veranderd gevoel bij plassen en ontlasting
  • Tussentijds bloedverlies
  • Bloedverlies na de menopauze
  • Dikker worden of juist gewichtverlies

Hoe werkt het?

Ovariumkanker is, zoals het woord zegt, kanker van één van de eierstokken. Net als bij alle andere kankers kunnen onderverdelingen gemaakt worden naar het soort cellen waaruit de kanker is ontstaan (epitheelcel- en kiemceltumoren) en naar de agressiviteit waarmee het gezwel groeit. Doordat de eierstokken zo diep in het bekken liggen veroorzaakt kanker ervan pas laat verschijnselen en dan nog zijn deze vaak vaag: vage onderbuikspijn, veranderd gevoel bij plassen, ontlasting. Tussentijds bloedverlies en bloedverlies na de menopauze. Dikker worden door vochtophoping in de buik of juist gewichtverlies. Eierstokkanker zaait uit. Vaak direct de buikholte in en via de lymfe- en bloedbaan. Eierstokkanker wordt op alle leeftijden gezien, maar toch het meest na het vijftigste levensjaar.

Hoe ontstaat het?

Meestal ontstaat ovariumkanker "zomaar", zonder aanwijsbare of bekende oorzaak. Erfelijke factoren lijken een rol te spelen. Er is één genetische (aangeboren) afwijking waarbij een sterk verhoogde kans bestaat op het krijgen van ovarium- én borstkanker. Daarbij is een verandering opgetreden in het gen BRCA1 of 2. Families waarin deze afwijking voorkomt worden grondig gecontroleerd. Langdurig pilgebruik en het gedragen en gezoogd hebben van een of meer kinderen lijkt enige bescherming te bieden tegen het krijgen van eierstokkanker.

Hoe ga ik er zelf mee om?

Niets. Raadpleeg uw arts als u zich niet goed blijft voelen, ook al zijn de klachten vaag.

Hoe gaat de arts er mee om?

Deze zal de oorzaak van de klachten proberen vast te stellen. Vaak kan het gezwel met inwendig onderzoek worden vastgesteld. Anders biedt een echoscopie uitkomst. Vervolgens moet de aard van de tumor worden vastgesteld en de uitbreiding (is het doorgegroeid in andere organen, is het uitgezaaid?). Dat doet men met verschillende soorten scans, echografie en een kijkoperatie in de buik (laparoscopie). Dan volgt de behandeling. Deze is meestal gecombineerd en vindt plaats in gespecialiseerde centra. Eerst chirurgisch: beide eierstokken en de baarmoeder worden verwijderd, met de lymfeklieren in de buikholte en het "buiknet". Na herstel van de operatie wordt begonnen met een chemokuur. Vaak wordt daarbij een combinatie van cytostatica (celdelingremmers) gebruikt. Soms wordt ook nog nabestraald. Mocht het gezwel toch ergens in het lichaam terugkomen dan kan vaak opnieuw met chemotherapie behandeld worden. De kans op volledige genezing bedraagt ongeveer 40 procent.

Wetenschappelijk nieuws

Marjet Rutten: ‘Predictive factors in epithelial ovarian cancer; towards individualized patient care’. Patiënten met eierstokkanker reageren verschillend op de behandeling van deze ziekte. Ook op moleculair niveau bestaan er duidelijke verschillen tussen de typen tumoren bij deze vorm van kanker. Dit concludeert Rutten in haar proefschrift over prognostische factoren ter verbetering van de individuele therapie bij eierstokkanker en de uitkomst van een chirurgische ingreep bij uitgezaaide eierstokkanker. Het onderzoek van Rutten bevestigt dat eierstokkanker een heterogene ziekte is. Op basis van klinische factoren zijn specifiek risicogroepen te onderscheiden. Het is belangrijk om daar bij de behandeling van patiënten met eierstokkanker rekening mee te houden. Daarom zouden nieuwe behandelingen gericht moeten zijn op subgroepen in plaats van op de gehele populatie, vindt Rutten. En ook vervolgonderzoek naar nieuwe behandelingen zou gedaan moeten worden in subgroepen van patiënten met eierstokkanker. Rutten beschrijft in haar proefschrift op basis van welke factoren deze subgroepen te onderscheiden zijn. Per jaar komen er in Nederland twaalfhonderd nieuwe patiënten met eierstokkanker bij. Met duizend sterfgevallen is eierstokkanker de meest dodelijke gynaecologische kanker. Ondanks verbeteringen in de behandeling, zijn de overlevingscijfers de afgelopen decennia nauwelijks verbeterd. Het onderzoek van Rutten kan bijdragen aan het verbeteren van de therapie voor de individuele patiënt.

Roken