contactgegevens
APOTHEEK LANOO
Heidestraat 82a
3590 Diepenbeek
T. 011 33 19 11
pascale.lanoo@telenet.be
› Blaasgezwellen

Hoe merk ik het?

  • Bloedverlies bij de urine
  • Pijn bij het plassen

Hoe werkt het?

  • Zoals het woord al zegt zijn het gezwellen die zich aan de binnenzijde van de blaas ontwikkelen. Ze kunnen goed- of kwaadaardig zijn.
  • Goedaardige gezwellen groeien vaak als poliepen. Dat zijn gezwelletjes die met een steel aan de blaaswand verbonden zijn. Vaak zijn er meerdere van deze poliepen tegelijk aanwezig. De enige klacht die ze geven is dat ze soms kunnen bloeden en dan bloedverlies met de urine veroorzaken. Goedaardige blaasgezwellen kunnen kwaadaardig worden.
  • Kwaadaardige gezwellen kunnen ook groeien als poliepen, maar ze kunnen ook direct in de blaaswand ingroeien. Ze kunnen agressief en minder agressief zijn. Ze verraden zich meestal doordat men bloederige urine gaat plassen. Ook kan het plassen wat gevoelig zijn. Zoals alle kwaadaardige gezwellen hebben ook blaastumoren de neiging in de omgeving door te groeien. Ze kunnen ook uitzaaien, via het bloed of via de lymfebanen.

Hoe ontstaat het?

Blaaskanker is een kanker van de oudere mens (vaak boven de 60 jaar). Het komt veel vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Bij het ontstaan van blaaskanker spelen schadelijke stoffen vaak een rol. Veel patiënten met blaaskanker roken of hebben gerookt. Werken met bepaalde chemische stoffen kan ook de kans op het krijgen van blaaskanker vergroten. Bepaalde kleurstoffen zijn hierom bekend (de aromatische amines). Blaaskanker ziet men daarom vaker bij werkers in de kleurstoffen-, verf- en rubberindustrie.

Hoe ga ik er zelf mee om?

Niet veel. Als u problemen hebt met plassen (bloed plassen, pijn met plassen) aarzel dan niet om uw arts te raadplegen.

Hoe gaat de arts er mee om?

De arts zal de urine nakijken. Als hij daarin bloed aantreft (ook al zijn het minuscule hoeveelheden die alleen onder de microscoop aantoonbaar zijn), dan wordt verder onderzoek gedaan naar de oorzaak van het bloedverlies (nier, blaas, niersteen?). Het makkelijkst kan dat met een echo. Nader onderzoek kan nodig zijn met een CT scan of een MRI scan. De uroloog zal een cystoscopie doen. Dat is een onderzoek waarbij hij met een flexibele buis via de plasbuis het binnenste van de blaas kan bekijken. Als het bloedverlies door een blaasgezwel wordt veroorzaakt, dan kan dat op deze wijze aangetoond worden. Poliepachtige gezwellen, zowel goed- als kwaadaardig, kunnen ook met behulp van de cystoscoop, dus via de plasbuis, verwijderd worden. Blijken de poliepen kwaadaardig, dan zal de blaas nog regelmatig nagespoeld worden met een celremmend middel (cytostaticum), om te voorkomen dat het gezwel weer uitgroeit. De blaas zal nog lange tijd regelmatig gecontroleerd moeten worden. Groeit het gezwel door in de blaaswand, dan is het het beste om de blaas operatief te verwijderen. Dat is een grote operatie met grote consequenties. Er moet een nieuwe uitweg gemaakt worden voor de urine. Dat wordt gedaan door de beide urineleiders met behulp van een stukje darmen in te hechten in een opening in de buikwand. Over die opening (urostoma) wordt een zakje geplakt waarin de urine, die continu afloopt, wordt opgevangen. De chirurg kan ook proberen met behulp van een stuk darmen een nieuwe blaas te maken. Deze blaas wordt ook verbonden met een opening in de buikwand. Door een klepsysteem loopt de urine niet continu af door het urostoma en is een zakje niet nodig. Met behulp van een katheter moet men de nieuwe blaas dan regelmatig legen. Een alternatief voor een operatie is bestraling. De resultaten daarvan zijn minder goed. Deze behandeling wordt toegepast indien een operatie te ingrijpend is (bijvoorbeeld bij ouderen). Indien het gezwel niet volledig verwijderd kan worden of reeds is uitgezaaid, dan zal het uiteindelijk tot de dood leiden.

Wetenschappelijk nieuws

Een internationaal team van wetenschappers onderzocht de relatie tussen verschillende vitaminen en mineralen en blaasgezwellen. Een hoge inname van vitamine E, minstens 194 mg per dag verminderde het risico van blaasgezwellen met 34%. Onder zware rokers verkleinden carotenoïden (18 mg) en vitamine B3 (46 mg) deze kans eveneens. Ouderen hadden minder kans op blaasgezwellen door veel carotenoïden, vitamine B3, vitamine D (640 IE), vitamine B1 (3,35 mg) en vitamine E. Vervolgonderzoek zou zich kunnen richten op optimale doses en eventuele combinaties van deze micronutriënten. Bron: Brinkman MT, Karagas MR, Zeegers MP. Minerals and vitamins and the risk of bladder cancer: results from the New Hampshire Study. Cancer Causes Control 2009 Dec 31.