contactgegevens
APOTHEEK LANOO
Heidestraat 82a
3590 Diepenbeek
T. 011 33 19 11
pascale.lanoo@telenet.be
› Bijziendheid

Hoe merk ik het?

  • Scherp zien in de verte neemt steeds verder af
  • Dichtbij kunt u wel goed zien

Hoe werkt het?

Bijziendheid wil zeggen dat u dichtbij wel goed ziet maar ver weg niet. Dit ontwikkelt zich in de jeugd. Vaak krijgt u tussen het zesde en het twintigste levensjaar last. Het wordt ontdekt bij de schoolarts of soms eerder omdat u het bord niet goed meer kunt lezen.

Hoe ontstaat het?

Normaal zorgt de lens in het oog ervoor dat er een scherp beeld op het netvlies afgebeeld wordt. Net zoals de lens van een fototoestel ervoor zorgt dat er een scherp beeld op het filmpje achterin de camera wordt geprojecteerd. Maar als u bijziend bent breekt de lens te sterk. Er ontstaat een scherp beeld vóór het netvlies en een wazig beeld erop. Dus ziet u wazig. Meestal neemt de bijziendheid toe tot u uitgegroeid bent. Als het oog scherp stelt op een voorwerp dat dichtbij is, moeten de lichtstralen juist sterk gebroken worden. Voor het bijziende oog, dat van nature al te sterk breekt, is dat een makkie. Iemand die bijziend is kan dichtbij dus wel goed zien, ook zonder bril.

Hoe ga ik er zelf mee om?

Gaat u minder scherp zien, raadpleeg dan de opticien. Deze zal u een bril aanmeten. Bij bijziendheid is dat een bril met negatieve, holle lenzen die de te sterke breking door de ooglens corrigeren. Hoe sterker de correctie, hoe hoger het getal waarmee de sterkte van de lens wordt aangeduid. Het minteken geeft aan dat het om een holle lens gaat. Iemand met een brilsterkte van min één ziet dus beter dan iemand met een bril van min vijf. Kinderen onder de tien jaar die niet goed (meer) zien moeten eerst door de oogarts worden onderzocht.

Hoe gaat de arts er mee om?

Als u sterk bijziend bent (min zes of meer) dan is controle door de oogarts noodzakelijk. Ook als een snelle verandering van de brilsterkte nodig is, is controle door de oogarts gewenst.

Wetenschappelijk nieuws

Mensen die bijziend zijn, hebben de aandoening gekregen via hun ouders.
Dat hebben onderzoekers van het Erasmus MC bewezen. Tot nu toe waren er wel aanwijzingen dat de kwaal erfelijk was, maar niemand kon het aantonen. Omgevingsfactoren als lezen op jonge leeftijd en weinig buitenspelen lijken de aandoening te verergeren bij mensen die erfelijk belast zijn. De onderzoekers hebben hun doorbraak vanavond online gepubliceerd in het toonaangevende tijdschrift Nature Genetics. Ruim een kwart van de mensen kampt met bijziendheid, waardoor ze slecht veraf kunnen zien. De aandoening is de belangrijkste oorzaak van blindheid op middelbare leeftijd. Bij bijzienden groeit de oogbol excessief in de lengte. Hierdoor valt het brandpunt van de lichtstralen die het oog in schijnen vóór het netvlies, in plaats van erop. Dat zorgt voor een onscherp beeld. Het zicht kan gecorrigeerd worden met een bril, lenzen of een chirurgische ingreep. "Het oog blijft echter altijd langer, waardoor het netvlies kan oprekken of de oogzenuw beschadigt. Hierdoor kan bijvoorbeeld het netvlies loslaten of glaucoom ontstaan. Een veel voorkomende oorzaak van ernstige slechtziendheid bij bijzienden is een verdunning van de gele vlek (het middelste deel van het netvlies achter in het oog). Die verdunning wordt ook wel maculadegeneratie genoemd. Hiervoor is nog geen goede behandeling", zegt Caroline Klaver, oogarts bij het Erasmus MC. Het is voor het eerst dat het wetenschappers is gelukt om aan te tonen dat er erfelijke factoren betrokken zijn bij bijziendheid. Klaver: "Daar waren al wel aanwijzingen voor, want bijziende kinderen hebben vaak bijziende ouders. Dit onderzoek toont bovendien voor het eerst aan welke delen van ons DNA die erfelijke aanleg bepalen. Zo vonden de onderzoekers van de afdelingen oogheelkunde en epidemiologie dat mensen met een genetische variant op chromosoom 15 een hogere kans op bijziendheid hadden. Voor de studie zijn in een bevolkingsonderzoek alle chromosomen van ruim 15.000 mensen getest. Mensen die als kind veel hebben gelezen, weinig buiten hebben gespeeld en een hoog opleidingsniveau hebben, krijgen op latere leeftijd vaker last van bijziendheid. Ook komt de aandoening vaker voor bij stadsbewoners dan op het platteland. Het lijkt erop dat een verkeerde combinatie van genetische aanleg en omgevingsfactoren het ontstaan van bijziendheid in de hand werkt. Klaver: "Omgevingsfactoren veroorzaken of verergeren de klachten bij mensen die al erfelijk belast zijn. Maar iemand die als kind een boekenwurm was en niet erfelijk belast is, hoeft zich waarschijnlijk geen zorgen te maken." De ontdekking van de Rotterdamse onderzoekers kan in de toekomst helpen bij het vinden van een behandeling tegen de abnormale groei van het oog. Klaver: "Er is nog wel veel onderzoek nodig, om meer te weten te komen over de erfelijkheid." De onderzoekers hopen in een nieuwe studie een grote groep hoogbijzienden te onderzoeken zodat ze de genetische factoren van bijziendheid verder kunnen ontrafelen. Ze zoeken daarvoor proefpersonen. Meer informatie over de studie is te vinden op myopiestudie.nl.