contactgegevens
APOTHEEK LANOO
Heidestraat 82a
3590 Diepenbeek
T. 011 33 19 11
pascale.lanoo@telenet.be
› Beroerte

Hoe merk ik het?

  • Plotseling optreden van:
  • Spierzwakte, verlamming of gevoelsstoornissen in meestal een arm, been, gelaats- of lichaamshelft
  • Spraakstoornissen
  • Gedeeltelijke of totale gezichtsvelduitval van een of beide ogen
  • Dubbelzien of draaiduizeligheid
  • Acuut optredende heftige hoofdpijn, misselijkheid en braken
  • Bewustzijnsverlies

Hoe werkt het?

Een CVA (cerebro vasculair accident) of beroerte is het plotseling en in het algemeen zonder voortekenen optreden van een stoornis in het functioneren van de hersenen. Er is sprake van verlammingsverschijnselen en/of spraakstoornissen. U bemerkt dat een mondhoek naar beneden hangt, dat u een arm en/of been niet meer of niet meer goed kunt gebruiken of dat u moeite heeft met het juiste woord te bedenken of uit te spreken. Het gezichtsveld kan (gedeeltelijk) uitvallen of er is sprake van dubbelzien of draaiduizeligheid. Soms is acuut optredende hevige hoofdpijn, gevolgd door misselijkheid en braken de eerste verschijnselen van een CVA. Bij een ernstig CVA kan bewustzijnsverlies optreden. Een ernstig CVA kan ook tot de dood leiden. Een CVA in het linker gedeelte van de hersenen veroorzaakt verlammingsverschijnselen aan de rechter zijde van het lichaam. Omdat bij rechtshandigen het spraakcentrum zich meestal in het linker gedeelte van de hersenen bevindt komen spraakstoornissen vooral voor bij een rechtszijdige verlamming. Indien de verschijnselen van een CVA binnen 24 uur verdwijnen spreken we van een TIA (transient ischaemic attack). Het verloop van de verschijnselen bij een CVA kan zeer gevarieerd zijn. Van een volledig herstel in enkele dagen tot blijvende en ernstige invaliditeit. In de eerste zes weken na het CVA treedt het meeste herstel op. Het kan echter wel twee jaar duren voor de herstelfase volledig is afgesloten.

Hoe ontstaat het?

Een CVA ontstaat door een tekort aan zuurstof of een bloeding in een deel van de hersenen. Een zuurstoftekort ontstaat door een gedeeltelijke of totale afsluiting van een van de bloedvaten in of naar de hersenen waardoor de bloedtoevoer aanzienlijk wordt verminderd of geheel onderbroken. De afsluiting wordt veroorzaakt door een embolie, een losgeraakt en met de bloedstroom meegevoerd stukje atheroom ("kalk") of bloedstolsel (trombus) uit een bloedvat met aderverkalking. aderverkalking op zichzelf kan eveneens de aanleiding zijn voor een (gedeeltelijke) afsluiting van een bloedvat. Een embolie kan ook worden veroorzaakt door een bloedstolsel afkomstig uit het hart. De belangrijkste risicofactor voor het ontstaan van aderverkalking is roken. Andere belangrijke risicofactoren zijn: een hoog cholesterolgehalte, hoge bloeddruk, suikerziekte. CVA's ten gevolge van een afsluiting van een bloedvat ontstaan meestal na het 60e levensjaar. Een CVA door een bloeding kan ook op jongere leeftijd ontstaan.

Hoe ga ik er zelf mee om?

Aan een CVA kunt u zelf niets doen. Vermoedt u dat er sprake is van een CVA bel dan met spoed een dokter. Want als binnen 3 uur na het begin van het CVA begonnen wordt met het toedienen van bloedstolsel oplossende medicijnen kan in sommige gevallen blijvende hersenbeschadiging voorkomen worden.

Hoe gaat de arts er mee om?

Het stellen van de diagnose CVA is in het algemeen niet moeilijk. De verschijnselen spreken vaak voor zich. De oorzaak van een CVA is meestal niet door eenvoudig onderzoek vast te stellen. Daarom zal iemand met een CVA dan ook veelal per ambulance naar het ziekenhuis worden vervoerd. In het ziekenhuis zal de neuroloog na onderzoek meestal een CT-scan laten maken waarmee in veel gevallen het onderscheid tussen een bloedvatverstopping of een bloeding kan worden gemaakt. Bij een verstopping wordt soms gebruik gemaakt van een bloedstolsel-oplossende behandeling. Soms kan er iets gedaan worden aan de oorzaak van het CVA: bloedverdunners in geval van stolseltjes vanuit het hart of operatie van een vernauwde halsslagader. Als hersenbeschadiging is opgetreden volgt een traject van revalidatie. De lengte en intensiteit daarvan worden bepaald door de mate van hersenbeschadiging.

Wetenschappelijk nieuws

Risico op beroerte bij hoger opgeleiden beter te voorspellen. Hoger opgeleiden mét geheugenverlies hebben meer kans op een beroerte dan lager opgeleiden met geheugenklachten. Het geheugenverlies kan bij hen een duidelijke voorbode zijn van een beroerte. Dat ontdekten onderzoekers van het Erasmus MC op basis van gegevens van het grootschalige bevolkingsonderzoek Erasmus Rotterdam Gezondheid Onderzoek (ERGO) uit Rotterdam. Zij publiceerden de resultaten zojuist online in wetenschappelijk tijdschrift Stroke van de American Heart Association. Ieder jaar krijgen ongeveer 47.000 Nederlanders een beroerte. Dit is een acute beschadiging van de hersenen die veroorzaakt wordt door een afsluiting of een scheur van een bloedvat. Beroertes zijn de belangrijkste oorzaak van invaliditeit en vormen de derde doodsoorzaak. Van slechts een beperkt deel van de beroertes is bekend hoe deze ontstaan. “Er zijn meerdere factoren die een rol spelen en deze zijn nauwer met elkaar verbonden dan gedacht”, zegt Arfan Ikram neuro-epidemioloog van de afdeling Epidemiologie van het Erasmus MC. “Uit eerdere studies blijkt dat een beroerte geheugenklachten kan veroorzaken en in het verlengde daarvan dementie. Om meer zicht te krijgen op het ontstaan van beroertes draaiden wij dit verband om en vroegen wij ons af of geheugenklachten een verhoogd risico op een beroerte kunnen voorspellen. Wij vonden dat hoger opgeleiden met geheugenklachten 39 procent meer kans hebben op een beroerte en dat het geheugenverlies bij hen een duidelijke voorbode kan zijn van een beroerte.” “Daarbij speelt het opleidingsniveau een belangrijke rol”, zegt Ikram. “Bekend is dat het risico op dementie en hart- en vaatziekten bij mensen met een hogere opleiding juist lager is, maar wanneer zij last hebben van geheugenproblemen dan is dat een signaal om serieus te nemen. De hersenen van hoger opgeleiden hebben door training op jonge leeftijd een meer ontwikkelde cognitieve reserve. Dit betekent dat zij een bepaalde buffer hebben wanneer zij later getroffen worden door hersenziekten zoals dementie. Zij kunnen door hun beter ontwikkelde brein meer hersenschade incasseren. Wanneer zij last krijgen van geheugenklachten is er dus vaak al veel meer aan de hand en is er dus ook meer kans op een beroerte.” Ikram: “Iedereen vergeet wel eens wat en mensen moeten zich niet onnodig zorgen maken. Van belang bij geheugenklachten op oudere leeftijd is of de klachten meer voorkomen en hinderlijker zijn dan voorheen. Dat is iets waar hoger opgeleiden en behandeld artsen rekening mee kunnen houden. Bij mensen met een Hbo-opleiding of universitaire studie die last hebben van geheugenklachten kan het nuttig zijn om ook aan hart- en vaatziekten te denken en niet alleen aan dementie. Zelf kunnen mensen het risico op hart- en vaatziekten verlagen door gezond te leven.” De onderzoekers bestudeerden de gegevens van 9152 deelnemers van 55 jaar en ouder binnen het grootschalige Erasmus Rotterdam Gezondheid Onderzoek (ERGO) uit de wijk Ommoord in Rotterdam. De deelnemers vulden een vragenlijst in over geheugenklachten en beantwoorden vragen waarmee cognitieve functies zoals geheugen en intelligentie worden beoordeeld. Van hen kregen 1134 een beroerte tussen 1990 en 2011. De publicatie in wetenschappelijk tijdschrift Stroke is online gepubliceerd.

TIA
CVA
NOX
HVZ