contactgegevens
APOTHEEK LANOO
Heidestraat 82a
3590 Diepenbeek
T. 011 33 19 11
pascale.lanoo@telenet.be
› Bekkeninstabiliteit

Hoe merk ik het?

  • Pijn in het bekken, het bovenbeen, de lies, de vagina en/of de rug.
  • Pijn bij het starten van een beweging
  • Snel moe worden
  • Langzamer herstellen van vermoeidheid

Hoe werkt het?

Wordt ook wel bekkenpijn genoemd. Het wordt gekenmerkt door pijn in het schaambeen, die kan uitstralen naar de liezen en de vagina, en/of pijn in één of beide billen, soms uitstralend naar de liezen en de dijbenen. De pijn ontstaat meestal in de tweede helft van de zwangerschap, gaat vaak gepaard met vermoeidheid. De pijn en de vermoeidheid maken dat u minder aankunt dan u gewend bent. Gewone werkzaamheden en activiteiten kunnen plots teveel blijken. Staan is lastig, in beweging zijn geeft minder last, maar ook daarin bent u beperkt.

Hoe ontstaat het?

U kunt het bekken eenvoudigweg beschouwen als een ring die bestaat uit drie delen. Deze drie delen zijn door middel van gewrichten met elkaar verbonden: de symfyse (daar waar de beide schaambeenderen aan elkaar zitten) en de SI gewrichten (ter hoogte van de billen, de verbinding tussen de bekkenbeenderen en het heiligbeen). Tijdens de zwangerschap worden de banden van deze gewrichten weker. Dat is met opzet, want daardoor ontstaat er meer speling in het bekken, waardoor het kind straks tijdens de bevalling makkelijker door het bekken kan passeren. Bij sommige vrouwen veroorzaakt die toegenomen beweeglijkheid in de gewrichten de genoemde klachten.

Hoe ga ik er zelf mee om?

  • De klachten zijn lastig en niet geheel weg te nemen. Luister naar uw lichaam en overbelast uzelf niet. Hebt u na een bepaalde activiteit veel last gekregen, doe het de volgende keer dan rustiger aan. Anderzijds leidt totale rust tot verdere verslapping en daardoor tot toename van de klachten. Probeer een juiste mix te vinden van activiteit en rust. Zoek zelf uit welke houdingen de minste last geven.
  • Na de bevalling zijn de klachten niet meteen over, dat kan enkele maanden in beslag nemen. Ook in die periode moet u zich niet forceren. Bouw uw activiteiten langzaam uit.

Hoe gaat de arts er mee om?

Bespreek uw klacht met de verloskundige, huisarts of gynaecoloog. U kunt van hen geen genezing verwachten. Wel kunnen ze u het ontstaan van de klacht uitleggen, uitleggen hoe ermee om te gaan en tips geven. Ook kunnen zij u verwijzen naar een therapeut (Mensendieck, fysiotherapeut of Caesartherapeut), die u kunnen instrueren over de beste houding en ontlastende bewegingspatronen. Zoals gezegd, meestal verdwijnen de klachten spontaan in de maanden na de bevalling. Sommige vrouwen blijven jarenlang last houden. Waardoor is niet bekend.

Geen wetenschappelijk nieuws gevonden