contactgegevens
APOTHEEK LANOO
Heidestraat 82a
3590 Diepenbeek
T. 011 33 19 11
pascale.lanoo@telenet.be
› Tuberculose

Hoe merk ik het?

  • Hoesten
  • Vermagering
  • Verzwakking

Hoe werkt het?

Tuberculose werd vroeger wel de tering genoemd. Dat geeft al aan dat het een nare ziekte is waaraan je langzaam wegkwijnt. Het is een infectieziekte, veroorzaakt door een bacterie, Mycobacterium tuberculosis. Je wordt besmet door het inademen van minuscuul kleine speekseldeeltjes van een patiënt met open longtuberculose. De ingeademde bacteriën gaan zich in de long vermenigvuldigen en veroorzaken daar een ontstekingsreactie. Het lichaam probeert de bacterie te overmeesteren. Meestal, in negen van de tien gevallen lukt dat en geneest die ontsteking vanzelf, zonder dat je er duidelijk ziek van geweest bent. Soms kan het lichaam de bacterie niet de baas. Deze tast een steeds groter deel van de long aan. Daarin ontstaan holtes die vol zitten met tuberculosebacteriën. Dan spreken we van "open tuberculose". De patiënt hoest de bacteriën op en kan daardoor anderen besmetten. Vanuit de longen kan de ontsteking zich uitzaaien: met het bloed komen bacteriën terecht in andere organen als de nieren, de botten, gewrichten. Daar veroorzaken ze nieuwe ontstekingshaarden. Je vermagert, verzwakt en komt uiteindelijk te overlijden.

Hoe ontstaat het?

Zoals gezegd: door het inademen van besmette speekseldeeltjes. In Derde Wereld landen komt tuberculose nog veel voor en maakt daar steeds meer slachtoffers. Vooral in Afrika. Dat komt omdat de vele AIDS patiënten daar onvoldoende afweer hebben om zich tegen de besmetting te verweren. Ook in Nederland zien we de ziekte weer meer: door immigratie van besmette personen, vaak uit Afrika en Oost-Europa en doordat er meer mensen zijn met een HIV besmetting.

Hoe ga ik er zelf mee om?

Zorg dat u in een goede voedingstoestand bent. Mensen die een verhoogd risico hebben besmet te worden, bijvoorbeeld doordat ze reizen naar landen waar TBC veel voorkomt, kunnen ingeënt worden met het zogenaamde BCG vaccin. De beschermende werking van die vaccinatie is echter twijfelachtig.

Hoe gaat de arts er mee om?

Met een simpele test kan worden vastgesteld of iemand antistoffen heeft tegen de tuberculosebacterie: de Mantoux reactie. Wat bestanddelen van gedode bacteriën worden in de huid ingespoten. Als de patiënt niet besmet is en geen antistoffen tegen tuberculose heeft verdwijnen de sporen van die injectie binnen een paar dagen. Zijn er wel antistoffen dan ontstaat er een rode, verdikt aanvoelende plek. Dat is bewijs dat de patiënt afweerstoffen heeft tegen de bacterie, niet dat hij er ziek door is. Met een longfoto wordt vervolgens gekeken of er sprake is van een actief ontstekingsproces of van open tuberculose. Is hij besmet maar niet ziek dan wordt hij gedurende een half jaar behandeld met een antibioticum tegen tuberculose (een tuberculostaticum), om zeker te zijn dat de besmetting niet actief wordt. Is de ziekte wel actief, dan volgt een langdurige behandeling met een combinatie van tuberculostatica. Vrijwel alle patiënten genezen daarmee. Is er sprake van open tuberculose, dan wordt de patiënt eerst enkele weken opgenomen en geïsoleerd verpleegd, om te zorgen dat hij geen anderen meer kan besmetten. Intussen worden allen met wie hij contact gehad heeft door de GGD gecontroleerd met een Mantoux-reactie. Besmette personen worden dan behandeld als boven aangegeven om te voorkomen dat ze ziek worden. Je zou zeggen dat we tuberculose onder controle hebben. Dat is echter een misverstand. Steeds vaker komt het voor dat er tuberculosebacteriën zijn die niet of minder gevoelig zijn voor de gebruikelijke tuberculostatica. Zet die ontwikkeling zich voort, dan kan tuberculose weer een ernstige, bedreigende infectieziekte worden.

Wetenschappelijk nieuws

In 2012 werden 958 patiënten met tuberculose gemeld aan het Nederlands Tuberculose Register (NTR). Dit komt overeen met een incidentie van tuberculose van 5,7 per 100.000 inwoners. Ten opzichte van 2011 en 2010 is de incidentie met respectievelijk vier procent en tien procent afgenomen. Sinds 2002 is het aantal tbc-patiënten in Nederland met 32% gedaald. In 2012 werd bij 53 procent van de gemelde patiënten longtuberculose geconstateerd. Het aantal patiënten met longtuberculose (pulmonale tbc) daalt sneller dan het aantal met extrapulmonale tbc (tuberculose buiten de longen). Het percentage extrapulmonale gevallen was het hoogste onder tbc-patiënten die in het buitenland zijn geboren. De meest voorkomende vorm van extrapulmonale tuberculose was tuberculose van de perifere lymfklieren. Achttien procent (177) van de tbc-patiënten in 2012 had sputumpositieve longtuberculose, de meest besmettelijke vorm van tuberculose. De incidentie van sputumpositieve longtuberculose in 2012 was 1,1 per 100.000 inwoners. Tuberculose komt in Nederland vaker voor bij personen geboren in het buitenland (eerstegeneratieallochtonen) en tweedegeneratieallochtonen. Bijna drie kwart van het aantal tbc-patiënten in 2012 was geboren in het buitenland (73%). Van de groep eerstegeneratieallochtonen met tuberculose in Nederland was de groep Somaliërs net als voorgaande jaren het grootste (170). Het percentage tbc-patiënten afkomstig uit Somalië was daarmee even groot als het percentage autochtone Nederlanders met tuberculose (18 procent), maar de incidentie onder Somaliërs in Nederland is bijna 500 maal hoger dan onder autochtone Nederlanders (respectievelijk 1,3 en 691 per 100.000 inwoners). Het aantal patiënten met multiresistente tuberculose (MDR-tbc) in Nederland schommelt de laatste vijf jaar tussen tien en twintig patiënten; dat is 1-2% van het totaal aantal patiënten. In 2012 werden elf patiënten met multiresistente tuberculose gediagnosticeerd. Eén van de elf patiënten met mulitresistente tuberculose was afkomstig uit Nederland, de tien andere patiënten uit het buitenland. Van alle in 2011 geregistreerde tbc-patiënten voltooide 87% de tbc-behandeling met succes. Bij nieuwe patiënten met longtuberculose was dit percentage iets lager (85%). Patiënten met multiresistente tuberculose voltooiden minder vaak de behandeling. Van de elf MDR-tbc-patiënten gediagnosticeerd in 2010 voltooiden zeven (64%) de behandeling met succes, één patiënt (9%) brak de behandeling voortijdig af, één patiënt zette de behandeling in het buitenland voort, één patiënt is overleden aan een andere oorzaak dan tuberculose en van één patiënt is het behandelresultaat (nog) niet bekend. Van de tbc-patiënten geregistreerd in het NTR in 2011 en 2012 overleden respectievelijk achttien (1,8%) en zes personen (0,6%) aan tuberculose. Patiënten met ernstige comorbiditeit hebben grotere kans op sterfte aan tuberculose. In 2012 overleed één persoon met diabetes, twee personen met een maligniteit en één persoon met nierinsufficiëntie aan tuberculose. In 2012 zijn 1.293 nieuwe gevallen van LTBI geregistreerd. Bij 855 personen werd de diagnose bij bron- en contactonderzoek vastgesteld. In 2011 startten in totaal 1.027 van de 1.297 personen (79%) een preventieve behandeling. Van hen voltooide 84% de LTBI-behandeling met succes. Op grond van de gegevens in het NTR is de gemiddelde duur van het diagnostisch delay in de periode 2005-2012 niet toegenomen, hoewel bij illegalen, dak- en thuislozen, en drugs- en alcoholverslaafden wel aanwijzingen zijn voor een langer patient delay. Bij ruim een kwart van de patiënten die passief worden gevonden is wel sprake van een 'te lang' of 'ongunstig delay'. Voor doctor delay geldt hetzelfde: er is bij ruim een kwart van de patiënten die passief worden gevonden sprake van een 'te lang' of 'ongunstig delay'. In totaal 15% van alle tbc-patiënten werd in 2012 gevonden door actieve opsporing door de afdeling tbc-bestrijding van de GGD. Het percentage tbc-patiënten dat gevonden wordt door screening van risicogroepen zoals nieuwe immigranten, asielzoekers, drugsverslaafden en dak- en thuislozen neemt al langere tijd af. In de jaren 1993-1998 werd 14% van de tbc-patiënten gevonden door screening, maar in 2012 was dit nog maar 8%. Het percentage patiënten gevonden via bron- en contactonderzoek was in 2012 hetzelfde als in voorgaande jaren (7%). Het percentage tbc-patiënten met een co-infectie met hiv was 3% in 2012. Het percentage tbc-patiënten die op co-infectie met hiv werden getest nam toe van 28% in 2008 naar 49% in 2011, maar is in 2012gestagneerd (47%). Van patiënten uit risicogebieden zoals sub-Sahara Afrika was in 59% van de gevallen de hiv-status bekend. Het aantal tbc-patiënten die behandeld worden met TNF-alfaremmers neemt toe. In 2012 betrof het achttien (1,9%) patiënten. Van de patiënten met kweekpositieve tuberculose clusterde de helft met een voorgaande patiënt. Bij een derde van de clusterende patiënten was sprake van recente clustering, een mogelijk gevolg van recente transmissie in Nederland. In 2012 vertoonden vier van de clusters een groei van meer dan vijf patiënten. De laatste jaren zijn er minder snelgroeiende clusters, een teken dat transmissie van M. tuberculosis in Nederland afneemt of dat de bestrijdingsmaatregelen effectief zijn.

TBC