contactgegevens
APOTHEEK LANOO
Heidestraat 82a
3590 Diepenbeek
T. 011 33 19 11
pascale.lanoo@telenet.be
› Trombose en embolie

Hoe merk ik het?

  • Opgezet, warm, rood been (trombose)
  • Benauwdheid (embolie)

Hoe werkt het?

Bloedstolling is een ingewikkeld proces dat ervoor zorgt dat grote of kleine lekkages in het bloedvatstelsel snel worden gestopt. Continu ontstaan overal in het lichaam kleine bloedinkjes waar we niets van merken, omdat ze snel worden gedicht. Ook wat grotere bloedingen (bijvoorbeeld als we ons snijden) stoppen meestal spontaan na enkele minuten, dankzij de bloedstolling. Bij trombose stolt het bloed te gemakkelijk, waardoor stolsels ontstaan in de bloedvaten, terwijl dat niet gewenst is. Zo'n stolsel noemen we een trombus. Het ontstaat vaak in de aders van de benen en in het bekken. Wat merken we daarvan? Vaak niets. Waarschijnlijk ontstaat wel vaker een kleine trombose die geen verschijnselen geeft en door het lichaam weer wordt opgeruimd. Ontstaat trombose in een belangrijke ader in het been, dan kan het bloed niet goed meer terugstromen van het been maar het hart. Het been zet wat op, wordt warm, rood, de huid gaat glanzen. Het gaat pijn doen en u krijgt wat verhoging. Echter, lang niet altijd zijn de verschijnselen zo duidelijk. Soms kan een stukje van een trombus afbreken. We noemen dat een embolus. Het wordt meegevoerd met de bloedstroom en komt in de long terecht waar het een bloedvat kan afsluiten. Dan is er sprake van een longembolie. De verschijnselen die dat geeft zijn afhankelijk van de grootte van het bloedvat dat wordt afgesloten. Is het een klein bloedvat, dan merken we er niet veel van. Is het een belangrijk vat of is er sprake van veel kleine embolieën, dan ontstaat benauwdheid en pijn bij het ademhalen. Is er sprake van een grote trombus die de hoofdslagader van de long afsluit, dan leidt dat tot een acute dood.

Hoe ontstaat het?

belangrijke oorzaak is dat de bloedstroom in het been gedurende lange tijd belemmerd is. Bijvoorbeeld als u lage tijd stil zit met gebogen benen. Dat kan gebeuren tijdens een lange autorit of vliegreis. Ook kan de bloedsamenstelling veranderd zijn, waardoor het bloed makkelijker stolt. Dat zien we bijvoorbeeld bij ernstige infecties of kwaadaardigheden elders in het lichaam of na een operatie. Rond zwangerschap en kraambed is er een grotere kans op trombose. De anticonceptiepil verhoogt de kans op trombose doordat hij de stollingsfactoren beïnvloedt. In absolute getallen blijft de kans op trombose bij pilgebruik echter erg klein. Tenslotte zijn er een aantal aangeboren afwijkingen in het bloedstollingproces die van invloed zijn op de trombose kans. Vaak ziet men dat personen met een dergelijke afwijking trombose krijgen in situaties als boven beschreven (pilgebruik, kraambed, na operaties, enzovoort).

Hoe ga ik er zelf mee om?

Zorg dat u niet langdurig in dezelfde houding zit of ligt: stap regelmatig uit tijdens een autoreis, maak een wandeling in het gangpad tijdens een vliegreis, beweeg regelmatig de benen als u bedlegerig bent.

Hoe gaat de arts er mee om?

Die probeert allereerst trombose te voorkomen door u tot bewegen aan te zetten: daags na de operatie zit u alweer naast het bed. Tijdens ziekenhuisopnames en na operaties krijgt u bloedverdunnende injecties toegediend. Na bepaalde operaties (vooral orthopedische operaties) en als u gips krijgt moet u langdurig bloedverdunners slikken. Mocht u trombose of een longembolie krijgen dan wordt u aanvankelijk behandeld met bloedverdunnende injecties. Tegelijk wordt u ingesteld met tabletjes. Als de instelling goed is (meestal na één of twee weken) dan worden de injecties gestaakt. U moet meestal een half jaar doorgaan met de tabletjes. In die tijd wordt het bloed gecontroleerd door de trombosedienst. Krijgt u vaker trombose of vindt men geen verklaring voor het ontstaan ervan, dan wordt onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van erfelijke factoren. Is de kans op het krijgen van trombose bij u duidelijk verhoogd, dan kan het nodig zijn levenslang bloedverdunners te blijven gebruiken.

Wetenschappelijk nieuws

Per 1 december 2013 is dr. Menno Huisman (Afdeling Trombose en Hemostase) benoemd tot hoogleraar Interne Geneeskunde, met als leeropdracht de diagnostiek en behandeling van trombo-embolie. Behalve met onderzoek en patiëntenzorg houdt Huisman zich ook bezig met onderwijs. Hij is voorzitter van de Commissie Decentrale Selectie. Menno Huisman is benoemd tot hoogleraar Interne Geneeskunde in het LUMCWat ziet de nieuwe hoogleraar als belangrijke onderwerpen voor de toekomst van zijn vakgebied? “We zitten midden in een grote verandering door de komst van nieuwe antistollingsmedicijnen, de zogenaamde DOACs (directe orale anticoagulantia)”, antwoordt Huisman. Deze nieuwe middelen werken op geheel nieuwe wijze, en dat brengt ook veel gevolgen met zich mee voor de praktijk. “Daarnaast heeft de overheid ons opgedragen om de ketenzorg rond antistolling beter te organiseren, zodat de verschillende zorgverleners op het gebied van antistolling beter op elkaar aansluiten. Dit maakt grote veranderingen noodzakelijk ten aanzien van het casemanagement antistolling in ons ziekenhuis en daarbuiten. ” Een ander thema waar Huisman zich mee bezighoudt is de thuisbehandeling van longembolie. “Samen met Nederlandse ziekenhuizen onderzoeken we of het veilig is om ruwweg 50 procent van de patiënten met een longembolie direct naar huis te laten gaan”, licht hij toe. De Years Studie ten slotte wil eenduidige diagnostiek van patiënten met klinisch verdachte longembolie bereiken. “Binnen deze multicenter-studie zijn in het LUMC sinds oktober vorig jaar al 130 patiënten geëvalueerd. We werken in dit onderzoek samen met de Spoedeisende Hulp en zullen er de komende twee jaar mee bezig zijn.” Behalve met onderzoek en patiëntenzorg houdt Huisman zich ook bezig met onderwijs. “Ik ben als voorzitter van de Commissie Decentrale Selectie voor de studie Geneeskunde nauw betrokken bij de selectie van aanstaande geneeskundestudenten”, aldus de hoogleraar. “Tot onze vreugde hebben zich tot vandaag meer dan 550 scholieren aangemeld, die graag in Leiden geneeskunde willen komen studeren.” Deze scholieren zullen eerst de zogenaamde BioMedical Admission Test (BMAT) uitvoeren. Deze test wordt al jaren door de Universiteit van Oxford gebruikt. Op basis van de resultaten hiervan, en in combinatie met hun eindcijferlijst uit klas 5 vwo, selecteert de commissie de scholieren, die op 12 april aanstaande welkom zijn voor de verdere selectie, deze vindt plaats in de vorm van drie korte gesprekken. “Voor het beoordelen van de potentiele geneeskundestudenten op 12 april hebben zich heel veel LUMC’ers – stafleden en studenten - enthousiast aangemeld.” Op basis van de gesprekken volgt de definitieve selectie. Uiteindelijk kan Leiden 315 nieuwe geneeskundestudenten plaatsen. Ongeveer de helft daarvan wordt decentraal geselecteerd. De rest wordt geplaatst op basis van loting of vanwege een eindcijfer hoger dan 8. Menno Huisman werkt sinds 1994 in het LUMC. Hij studeerde Geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in 1987 op de diagnostiek van diepe veneuze trombose.