contactgegevens
APOTHEEK LANOO
Heidestraat 82a
3590 Diepenbeek
T. 011 33 19 11
pascale.lanoo@telenet.be
› Snurken

Hoe merk ik het?

Een luidruchtige ademhaling tijdens de slaap

Hoe werkt het?

Tijdens de slaap ontspannen de spieren van de mond- en keelholte. Vooral in rugligging zorgt de zwaartekracht er dan voor dat de tong wat naar achteren zakt. De ruimte tussen de tong en het verhemelte wordt kleiner, de ademhalingsluchtstroom versnelt en er ontstaat turbulentie. Hierdoor gaan de zachte wanden van de mond en de keel tijdens het ademhalen, vooral tijdens het inademen, meetrillen. Dit meetrillen veroorzaakt een geluid: het snurken. De snurker zelf heeft er zelden last van, de partner of slaapkamergenoot des te meer. De snurker kan geluiden produceren die het lawaai van een langsrijdende vrachtauto of laag overvliegend vliegtuig evenaren !

Hoe ontstaat het?

  • Ongeveer 25 procent van de mannen en 15 procent van de vrouwen snurken. Deze percentages stijgen nog met het ouder worden. Ook bij kleine kinderen komt snurken nogal eens voor. Snurken kan ontstaan of worden versterkt:
  • door afwijkingen in de bouw van de bovenste luchtwegen, zoals een verminderde neusdoorgankelijkheid bij een scheef neustussenschot of bij afwijkingen in de grootte van de onderkaak;
  • door belemmeringen van de ademhalingsluchtstroom bij bijvoorbeeld neuspoliepen of vergrote neus- en keelamandelen (vooral bij kleine kinderen), tijdelijk bij een verkoudheid of bij
  • door hooikoorts;
  • door overgewicht ten gevolge van vetafzetting rondom de mond- en keelholte;
  • door alcohol- en slaapmiddelengebruik ten gevolge van het extra verslappen van de mond- en keelspieren;
  • door irritatie van het slijmvlies van neus, mond en keel ten gevolge van roken.

Hoe ga ik er zelf mee om?

  • Er bestaan allerlei meer en minder succesvolle maatregelen tegen het snurken:
  • voorkomen van rugligging (de bekende tennisbal achter in de pyjamajas);
  • vermageren bij overgewicht;
  • beperken van alcohol- en slaapmiddelengebruik;
  • stoppen met roken;
  • snurkapparaatjes: beugels, aan te meten door bijvoorbeeld tandarts of tandtechnicus, die de tong op zijn plaats houden.
  • Voor de partner- of slaapkamergenoot:
  • regelmatig aanporren;
  • oordopjes;
  • andere slaapkamer.

Hoe gaat de arts er mee om?

Een bezoek aan de huisarts is te overwegen indien het snurken te hinderlijk wordt. De huisarts kan via een aantal vragen en onderzoek bepalen of er sprake is van mogelijk behandelbare afwijkingen of aandoeningen in de keel-, neus- en mondholte zoals die hierboven zijn beschreven. Eventueel kan hij u naar een KNO-arts verwijzen voor verder onderzoek en behandeling, zoals een warmtebehandeling van het verhemelte waardoor het verhemelte strakker komt te staan en minder mee zal trillen. Het is zeker zinvol de huisarts te bezoeken indien er naast het snurken ook nog sprake is van ademstops gedurende de slaap. Deze ademstops worden dan vaak gevolgd door een luidruchtig en snurkend opnieuw "opstarten" van de ademhaling. De patiënt zelf merkt er niets van, de partner wel. Overdag is er, ondanks een schijnbaar goede nachtrust, sprake van slaperigheid en vermoeidheid. Mogelijk is er dan sprake van het slaap-apnoe-syndroom. Slapen in de nabijheid van een snurker valt niet altijd mee. Slaapproblemen bij de partner komen dan ook regelmatig voor. Irritaties, ruzies en zelfs echtscheidingen kunnen daarvan het gevolg zijn.

Wetenschappelijk nieuws

Snurken en slaapapneu kunnen gerichter behandeld worden na het uitvoeren van een slaapendoscopie. Uit het onderzoek, waarbij de keelholte van de patiënt onderzocht wordt tijdens het slapen, blijkt dat de tong naar achteren valt en de keelholte tijdelijk afsluit. Dat ontdekte dr. Evert Hamans, verbonden aan het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA), tijdens zijn doctoraatstonderzoek. Twee tot vier procent van de Belgen kampt met slaapapneu waardoor hun slaappatroon verstoord wordt. De belangrijkste klachten zijn luid snurken, overmatige slaperigheid overdag en concentratiestoornissen. Daarnaast hebben deze patiënten op lange termijn een verhoogde kans op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten. Slaapendoscopie wijst uit dat de tong vaak verantwoordelijk is voor slaapapneu. De huidige behandeling van slaapapneu bestaat uit een beademingsmasker of een mondprothese waarmee de patiënt elke nacht dient te slapen. Hoewel deze behandelopties hun werk doen, verdraagt een belangrijke groep patiënten deze behandeling niet. Bij hen wordt een operatie overwogen. De bestaande ingrepen zijn ingrijpend en hebben bijwerkingen. In het doctoraatsonderzoek van dr. Hamans wordt een nieuwe behandelingstechniek beschreven. Met dierexperimenteel onderzoek werd een prototype van een tongimplant onderzocht en vervolgens klinisch toegepast. Het implant bestaat uit een tonganker dat minimaal invasief wordt ingebracht en vervolgens op individueel aanpasbare wijze de tong kan opspannen om slaapapneu te voorkomen. De patiënten die met het implant behandeld werden, hadden beduidend minder slaapapneu, snurkten minder en voelden zich overdag veel fitter.