contactgegevens
APOTHEEK LANOO
Heidestraat 82a
3590 Diepenbeek
T. 011 33 19 11
pascale.lanoo@telenet.be
› Overgang

Hoe merk ik het?

  • Opvliegers: plotselinge aanvallen van warmtegevoel met transpireren
  • Een onregelmatig menstruatiepatroon
  • Uiteindelijk stoppen van de menstruaties
  • Droge slijmvliezen van de geslachtsorganen

Hoe werkt het?

  • De overgang is de levensfase van de vrouw waarin haar vruchtbaarheid ten einde loopt. Gemiddeld duurt deze periode zes jaar. In die zes jaar vindt de eisprong onregelmatiger en minder frequent plaats dan voorheen en zal uiteindelijk helemaal stoppen. Het menstruatiepatroon verandert daardoor vaak ook. De menstruaties kunnen minder frequent, maar ook frequenter optreden. Ze kunnen onregelmatig zijn, hevig of juist minder hevig zijn, om uiteindelijk ook te stoppen. Gemiddeld gebeurt dit rond het 52ste levensjaar. In de overgang zien we sterke schommelingen van de vrouwelijke hormoonspiegels. Deze schommelingen zijn mede verantwoordelijk voor de klachten die in deze periode nogal eens ontstaan. Na de laatste menstruatie (de feitelijke menopauze) daalt het gehalte van de geslachtshormonen naar een blijvend laag niveau. Naarmate de vrouw ouder wordt is zij minder vruchtbaar. In de overgang is de vruchtbaarheid duidelijk afgenomen, maar een zwangerschap kan nog altijd ontstaan! Pas als de menstruatie een jaar is weggebleven kunt u ervan uitgaan dat een bevruchting niet meer zal optreden. Tot die tijd moet u dus zorgen voor betrouwbare anticonceptie. Klachten:
  • Opvliegers en transpireren.
  • Sommige vrouwen hebben er veel last van (vele malen per dag, soms jarenlang) terwijl anderen er nauwelijks iets van merken. Opvliegers zijn het gevolg van de onregelmatigheid in de hormoonspiegels. Tijdens een opvlieger lijkt het of al het bloed naar het hoofd stroomt, u krijgt een rode kleur, vaak ook hartkloppingen, en begint te transpireren. Aansluitend krijgt u het vaak koud en begint te rillen. Zo`n opvlieger kan een paar seconden tot enkele minuten duren. `s Nachts wordt u er vaak wakker van, en als dat enkele malen per nacht gebeurt kan dat leiden tot een verstoring van de slaap.
  • Veranderingen aan de geslachtsorganen en urinewegen.
  • Door de daling van het gehalte aan geslachtshormonen worden alle structuren in het kleine bekken (de blaas, de vagina, de baarmoeder maar ook de bekkenbodemspieren en banden) minder stevig. Zo wordt de wand van de vagina dunner, kwetbaarder en ook droger. Als hiermee niet voldoende rekening wordt gehouden kan seksuele gemeenschap pijnlijk en onaangenaam worden. Door het slapper worden van de banden en spieren kunnen verzakkingen ontstaan of erger worden, er kan incontinentie optreden of andere klachten bij het plassen. U kunt meer last krijgen van blaasontstekingen.
  • Klachten rond de overgang met een niet-biologische (lichamelijke)
  • In de jaren van de overgang voelen veel vrouwen zich ook psychisch minder goed, geven vaker aan dat ze somber zijn of zelfs depressief (zie ook: depressie). Sommigen zijn onzekerder, hebben last van vermoeidheid of van angstaanvallen. Deze klachten zijn echter niet het gevolg van de biologische overgang. U moet zich realiseren dat in de jaren van de overgang niet alleen grote biologische veranderingen plaatsvinden maar ook sociale en psychologische. Vaak is dit de leeftijd waarop de kinderen het huis uitgaan. Veel vrouwen voelen dit alsof hun levenstaak ten einde is en hebben moeite een nieuwe uitdaging en invulling voor hun leven te vinden. Op deze leeftijd merkt u vaak ook dat uw gezondheid niet meer vanzelfsprekend is. U kunt minder aan dan in het verleden. De eigen ouders kunnen behoeftig worden, of overlijden. De relatie met de partner kan door een dip gaan want ook mannen hebben in deze periode vaak last van vergelijkbare levensfaseproblemen. Biologische en psychosociale factoren zullen elkaar beïnvloeden en versterken. Als u toch al slechter slaapt door de vele opvliegers en onzeker bent door het ongecontroleerde urineverlies, dan wordt het des te moeilijker om andere problemen het hoofd te bieden.

Hoe ontstaat het?

De overgang ontstaat doordat de eierstokken tegen het einde van de vruchtbare levensfase van de vrouw langzaam maar zeker steeds minder vrouwelijke hormonen aanmaken. Uiteindelijk stoppen de eierstokken vrijwel helemaal met het produceren van hormonen.

Hoe ga ik er zelf mee om?

Probeer zo gezond mogelijk te leven. Zorg voor voldoende lichaamsbeweging, dat heeft mogelijk een gunstig effect op de opvliegers. Vermijd stoffen en voedingsmiddelen waarvan u gemerkt heeft dat ze de opvliegers verhevigen (onder andere alcohol). Zijn er problemen met de seksualiteit, bespreek die dan met uw partner. Omdat de schede droger is dan voorheen is het voorspel belangrijker. Het kan nodig zijn een glijmiddel te gebruiken. Krijgt u problemen met het ophouden van de plas, dan kunnen oefeningen van de bekkenbodemspieren verbetering geven. Als u hiermee niet bekend bent, informeer dan bij uw huisarts. Soms zal deze u verwijzen naar een fysiotherapeut. Als ook sociale en psychische factoren maken dat u zich niet goed voelt, bezin u dan op uw levenssituatie, eventueel in gesprek met anderen en probeer uw leven opnieuw richting en inhoud te geven.

Hoe gaat de arts er mee om?

Als u erg veel last heeft van de opvliegers, ga dan naar uw huisarts. Zo nodig kan deze vrouwelijke geslachtshormonen (oestrogenen) voorschrijven waardoor de klachten zullen verdwijnen. Als de menstruatie nog komt kan dit het beste door het voorschrijven van de anticonceptiepil. Na de menopauze (dus als de menstruaties definitief zijn gestopt) wordt een lagere dosering hormonen voorgeschreven. Nadeel van deze behandeling is dat onder invloed van de toegediende oestrogenen het baarmoederslijmvlies weer wordt opgebouwd. Om te voorkomen dat doorbraakbloedingen ontstaan en om de ontwikkeling van kwaadaardige cellen in het slijmvlies tegen te gaan, is het nodig dat het slijmvlies regelmatig wordt afgestoten. Daarom moet u gedurende twaalf dagen per maand ook een andere hormoontablet innemen (progestageen). Eén of twee dagen na de laatste progesterontablet volgt dan een onttrekkingsbloeding. Als de baarmoeder eerder verwijderd is hoeft u deze progestagenen natuurlijk niet te gebruiken. Nadat u een half jaar deze hormonale therapie hebt toegepast, kunt u in overleg met uw arts proberen of u ook weer zonder medicijnen kan. Niet alle vrouwen komen in aanmerking voor deze hormonale therapie. Vrouwen die borstkanker of baarmoederslijmvlieskanker gehad hebben mogen nooit oestrogenen gebruiken omdat daardoor de kankercellen geactiveerd kunnen worden. Ook voor vrouwen die ooit trombose of een longembolie gehad hebben is het middel niet toegestaan, evenals voor vrouwen met een ernstige leverkwaal. Zij kunnen wel proberen of zij baat hebben bij een ander middel, namelijk clonidine. Ook als u last heeft van hevig of ongeregeld bloedverlies kan uw huisarts u helpen. Klachten van de vagina of van de urinewegen kunnen worden behandeld door ter plaatse oestrogenen toe te dienen in de vorm van een vaginale crème of vaginale tabletten. Probeer na drie tot zes maanden of u weer zonder kunt. Krijgt u later weer last, dan kunt u het middel opnieuw enige tijd gebruiken.

Wetenschappelijk nieuws

Een groep onderzoekers onder leiding van het Erasmus MC heeft een deel van het geheim achter de vruchtbare periode van vrouwen ontrafeld. Ze hebben verschillen in het DNA ontdekt die invloed hebben op het moment dat een vrouw in de overgang komt. Een deel van deze verschillen bevinden zich in genen betrokken bij immunologische processen. Dat soort processen kunnen een rol spelen bij extreem vroege overgang. De wetenschappers beschrijven hun doorbraak vandaag in het toonaangevende wetenschappelijk tijdschrift Nature Genetics. De overgang of menopauze, het moment waarop de vruchtbaarheid van de vrouw stopt, is een belangrijke hormonale verandering die meestal rond het vijftigste levensjaar optreedt. De overgang hangt samen met hart- en vaatziekten, borstkanker, botontkalking en ouderdomsziekten. Dr. Lisette Stolk, onderzoeker op de afdeling Inwendige Geneeskunde is eerste auteur van de publicatie. Stolk: "Wij hebben een groter inzicht gekregen in de genen die zorgen voor de overgang, waaronder genen betrokken bij DNA-reparatie en het immuunsysteem. Hoe meer wij begrijpen van de start van de menopauze, des te beter kunnen wij later inschatten of iemand risico loopt op allerlei ouderdomsziekten. Maar ook hoe we, op de lange termijn, eventueel vroeg onvruchtbare vrouwen zouden kunnen helpen." De onderzoekers, afkomstig uit Erasmus MC, UMC Groningen en VUmc, alsmede groepen uit andere delen van de wereld (Engeland, Italie, Estland, de VS, Australie), hebben gebruik gemaakt van diverse bevolkingsonderzoeken, waaronder een langlopend bevolkingsonderzoek onder Rotterdammers, het zogenoemde ERGO-onderzoek van het Erasmus MC. In totaal hebben ze bij 50000 vrouwen gekeken welke stukken DNA (zogenoemde SNP’s) een rol spelen bij het bepalen van de leeftijd waarop de menopauze begint.