contactgegevens
APOTHEEK LANOO
Heidestraat 82a
3590 Diepenbeek
T. 011 33 19 11
pascale.lanoo@telenet.be
› Miskraam

Hoe merk ik het?

  • Bloedverlies in de eerste vijftien weken van de zwangerschap
  • Kan gepaard gaan met krampende buikpijn
  • Kan op een gegeven moment gepaard gaan met verlies van stolsels en stukjes weefsel

Hoe werkt het?

Onder een miskraam verstaat men het afsterven en uitgedreven worden van de vrucht in een vroeg stadium van de zwangerschap (in de eerste 15 weken, gerekend vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie). Ongeveer tien procent van alle zwangerschappen eindigt in een miskraam. Waarschijnlijk is dat percentage veel hoger en sterven veel vruchten af helemaal in het begin, voor, tijdens of vlak na de innesteling in het baarmoederslijmvlies. Daar merkt u in dat stadium weinig van. Er volgt een menstruatie die hoogstens wat aan de late kant is of die wat heftiger kan zijn dan u gewend bent. De meeste miskramen vinden plaats tussen de achtste en veertiende week van de zwangerschap. Het begint met bloedverlies. Dat kan pijnloos zijn of gepaard gaan met wat krampen in de onderbuik. Het bloedverlies kan enkele dagen aanhouden. Het typische beloop is als volgt: het bloedverlies en de buikkrampen nemen toe en met het bloed gaat wat weefsel (de vruchtzak, al dan niet met de vrucht) verloren. Daarna verdwijnt de pijn en het bloedverlies stopt na enkele dagen. De baarmoedermond sluit zich weer en een volgende ovulatiecyclus kan beginnen. Soms blijft de vruchtzak of een deel ervan achter in de baarmoederholte. Het bloedverlies kan dan geruime tijd aanhouden. We noemen dat een "incomplete abortus". Bij een incomplete abortus sluit de baarmoedermond zich niet en bestaat de kans dat bacteriën de baarmoederholte bereiken, waardoor een infectie ontstaat. U wordt ziek, krijgt koorts en een riekende afscheiding. Dat noemt men een "septische abortus". Soms sterft de vrucht af in de baarmoeder zonder dat hij uitgedreven wordt. U kunt het merken doordat de zwangerschapsverschijnselen langzaam verdwijnen.

Hoe ontstaat het?

Een miskraan is een manier van de natuur om niet goed aangelegde vruchten niet tot ontwikkeling te laten komen. In de meeste gevallen vindt men een afwijking aan de vrucht of aan de chromosomen ervan. Of er is alleen een vruchtzak zonder vrucht (men spreekt van een windei). Na een miskraam is voor de meeste vrouwen de kans op een normale zwangerschap net zo groot als voor ieder ander.

Hoe ga ik er zelf mee om?

Helemaal niets. Het is belangrijk dat u zich dat realiseert. Een miskraam ontstaat niet door een activiteit die u hebt ondernomen, zoals paardrijden, skiën, seks hebben of wat dan ook. Er is ook niets wat u kunt doen om een miskraam te voorkomen of een beginnende miskraam tegen te houden.

Hoe gaat de arts er mee om?

Als u zwanger bent en last krijgt van bloedverlies, bel dan de verloskundige of uw huisarts. Deze zal u verdere uitleg geven: bloedverlies in het eerste deel van de zwangerschap leidt bij 50 procent van de zwangere vrouwen tot een miskraam. De huisarts zal u adviseren rustig af te wachten. Wel moet u weer contact opnemen als het bloedverlies te hevig wordt (als u het niet meer met normaal maandverband kunt opvangen), als de pijn te erg is of als u koorts krijgt. Ook als het bloedverlies na een week niet is gestopt moet u zich melden. Als de miskraam zijn natuurlijke beloop heeft gehad doet u er goed aan zich een week daarna te laten controleren. Zijn er complicaties, dan moet worden ingegrepen: is het bloedverlies te heftig of duurt het te lang, is de pijn te erg of ontstaat er koorts, dan zal de gynaecoloog een curettage verrichten. Daarbij wordt onder verdoving de afgestorven vrucht of de achtergebleven vruchtresten weggekrabd. Na deze ingreep stopt het bloedverlies binnen enkele dagen. Na een miskraam zal de cyclus spoedig zijn gewone regelmaat weer oppakken. Er is geen enkel bezwaar tegen dat u de pogingen opnieuw zwanger te worden weer meteen oppakt.

Wetenschappelijk nieuws

Bepaalde chromosoomafwijkingen bij een van de ouders - bijvoorbeeld een stukje chromosoom op de verkeerde plek - geeft een verhoogde kans op afwijkingen bij een embryo. Dat kan resulteren in een miskraam. De richtlijn voor gynaecologen schreef daarom voor dat ouders die voor een tweede keer een miskraam kregen, standaard een chromosoomonderzoek werd aangeboden. Het aantal chromosoomonderzoeken nam fors toe maar het aantal opgespoorde dragers niet. Franssen onderzocht een groot aantal paren met herhaalde miskraam die voor chromosoomonderzoek in aanmerking kwamen. Ze vond vier factoren die de kans op een structurele chromosoomafwijking in deze groep verhogen: een relatief lage leeftijd van de moeder bij herhaalde miskraam, een voorgeschiedenis van drie of meer miskramen, ouders met twee of meer miskramen en een broer of zus met twee of meer miskramen. In gemiddeld zes jaar na het chromosoomonderzoek kreeg de helft van de dragerparen tenminste één miskraam, tegenover eenderde van de paren zónder chromosoomafwijking. Toch waren er in beide groepen uiteindelijk evenveel paren met tenminste één gezond kind na het chromosoomonderzoek. Onder de 550 zwangerschappen van de dragerparen werden bovendien slechts twee ongebalanceerde chromosoomafwijkingen opgespoord door middel van prenatale diagnostiek. De onderzoekster concludeert dat chromosoomonderzoek geen efficiënte manier van screenen is. Proefschrift: Maureen Franssen, titel: "Efficiency of parental chromosome analysis in couples with recurrent miscarriage".