contactgegevens
APOTHEEK LANOO
Heidestraat 82a
3590 Diepenbeek
T. 011 33 19 11
pascale.lanoo@telenet.be
› Alvleesklierkanker

Hoe merk ik het?

  • Een zeurende pijn boven of midden in de buik
  • Een verstoord ontlastingspatroon
  • Verminderde eetlust
  • Gewichtsverlies

Hoe werkt het?

De alvleesklier (pancreas) is een orgaan dat boven in de buikholte ligt, achter/onder de maag, in de bocht van de twaalfvingerige darm. Hij heeft twee belangrijke functies. Allereerst het produceren van verteringssappen die een belangrijke rol vervullen bij het verteren van het voedsel. Deze verteringssappen komen, samen met de gal, via een buisje in de twaalfvingerige darmen terecht. Daarnaast wordt in de alvleesklier insuline geproduceerd. Insuline is een hormoon dat belangrijk is voor het reguleren van het bloedsuikergehalte in het lichaam. Men spreekt van kanker van de alvleesklier als ergens in dat orgaan cellen ongecontroleerd gaan delen en zo een gezwel ontstaat. Alvleesklierkanker komt in verhouding tot andere kankers (borst-, long-, prostaatkanker) niet zo heel vaak voor. Het is een kanker van de oudere mens. De klachten die erbij optreden zijn onder andere afhankelijk van de plaats waar het gezwel zich bevindt. Als het gezwel in de "kop" van de alvleesklier zit, dan geeft dat vrij snel klachten doordat al gauw het afvoerbuisje voor de gal en de verteringssappen wordt dicht geduwd. Daardoor ontstaan klachten als diarree, misselijkheid, afvallen en later ook geelzucht en jeuk. Bevindt het gezwel zich in de "staart" van de alvleesklier, dan ontstaan er pas klachten als het gezwel ver in de omliggende organen is doorgegroeid. Pijn staat dan op de voorgrond. Doorgroei kan plaatsvinden in de maag, de darm, in bloedvaten en zenuwen. Zoals de meeste kankers kan alvleesklierkanker ook uitzaaien: via de bloedbaan, vooral naar de lever en via de lymfebanen.

Hoe ontstaat het?

Een oorzaak is, zoals bij vele kankers, niet aan te geven. Een aantal factoren verhoogt de kans op het krijgen van alvleesklierkanker. Roken is daar een van. Verder hebben mensen met een chronische ontsteking van de alvleesklier meer kans op het krijgen van kanker. In sommige gevallen lijkt erfelijkheid een rol te spelen.

Hoe ga ik er zelf mee om?

Niet veel. Raadpleeg uw arts als u last krijgt van een aanhoudende diarree, gewichtsverlies, misselijkheid, ontkleurd raken van de ontlasting. Als u geelzucht krijgt of last hebt van aanhoudende pijn in de bovenbuik of in de rug. Dergelijke klachten kunnen veroorzaakt worden door alvleesklierkanker.

Hoe gaat de arts er mee om?

Een combinatie van klachten als bovengenoemd zal snel leiden tot verwijzing naar de internist. Deze heeft een aantal onderzoeksmethoden tot zijn beschikking. Hij kan een echo laten maken van de bovenbuik, een CT scan of een MRI scan. Daarmee is meestal het gezwel wel zichtbaar te maken. De verdere behandeling hangt af van de plaats en uitgebreidheid van het gezwel en van het antwoord op de vraag of er uitzaaiingen zijn. Gezwellen in de staart van de alvleesklier zijn vrijwel nooit te opereren omdat ze al te ver zijn doorgegroeid in de omgeving. Die in de kop soms nog wel. Daarvoor wordt een grote operatie uitgevoerd waarbij de kop van de alvleesklier, de hele twaalfvingerige darm, een deel van de maag en de galblaas worden verwijderd (Whipple operatie). Als operatie niet meer mogelijk is zijn wel een aantal verzachtende ingrepen mogelijk. In geval van geelzucht kan men met behulp van een flexibele kijkbuis via de mond, de maag en de twaalfvingerige darmen een buisje worden ingebracht in de galgang, zodat de gal toch weer afvloeit en de geelzucht en de jeuk verdwijnen, evenals de diarree. Als een darmafsluiting ontstaat door het gezwel kan een omleidingoperatie worden gedaan. Pijn kan bestreden worden dor bestraling, door zenuw blokkerende injectietechnieken en door medicijnen. Deze methoden worden toegepast om het lijden te verzachten. Genezing is in deze gevallen niet mogelijk en de ziekte voert dan tot de dood.

Wetenschappelijk nieuws

Ana Isabel Belo, onderzoekster bij VUmc, ontdekte een eiwit dat mogelijk een rol kan spelen in het remmen van de uitzaaiingen bij alvleesklierkanker. Belo promoveert op 2 april bij VUmc. Alvleesklierkanker is een agressieve vorm van kanker met een kleine overlevingskans. Promovenda Ana Isabel Belo begon bij de basis en onderzocht de biologische processen die plaatsvinden in de tumorcellen. Dit moet leiden tot meer inzicht in het verloop van de ziekte zodat op termijn betere kankertherapieën ontwikkeld kunnen worden. In haar onderzoek naar alvleesklierkanker stuitte Belo op het eiwit galectine-4, een eiwit dat glycanen (suikers) op eiwitten kan herkennen. Ze ontdekte dat dit eiwit, dat niet voorkomt in de gezonde alvleesklier, mogelijk een rol speelt bij het remmen van het uitzaaien van tumorcellen. Belo onderzocht de functie van galectine-4 in een zebravis, waar ze menselijke tumorcellen inbracht. Het bleek dat tumorcellen die weinig galectine-4 maakten, meer uitzaaiingen vertoonden in de vissen, dan tumorcellen die veel van het eiwit maakten. Daarnaast bleek galectine-4 in patiënten met alvleesklierkanker met name voor te komen in tumorweefsel wanneer er geen uitzaaiingen werden gevonden in de lymfeklieren. Alles bij elkaar tonen de resultaten van Belo aan dat galectine-4 de vorming van uitzaaiingen remt in tumorcellen van de alvleesklier. Belo onderzocht ook de suikers die voorkomen op tumorcellen, en ontdekte dat uitzaaiende tumorcellen van de alvleesklier andere suikers op hun oppervlakte dragen dan tumorcellen die weinig uitzaaiingen vormen. Veranderingen in de suikerstructuren op tumorcellen zijn ook bij andere tumoren gevonden en dit wordt vaak in verband gebracht met de groei van de tumor en een slechtere overlevingskans. Verder ontdekte ze dat de verandering in suikerstructuren leidde tot een veranderde herkenning van de tumorcellen door bepaalde cellen van ons immuunsysteem. "Als we ons immuunsysteem zouden kunnen leren om de verandering van deze suikerstructuren te herkennen en de tumorcellen te verwijderen, zouden de overlevingskansen voor alvleesklierkankerpatiënten misschien vergroot kunnen worden. Hoe beter we deze veranderingen begrijpen, hoe groter de kans dat we een medicijn kunnen ontwikkelen dat ons immuunsysteem hierin versterkt."