contactgegevens
APOTHEEK LANOO
Heidestraat 82a
3590 Diepenbeek
T. 011 33 19 11
pascale.lanoo@telenet.be

Hoe merk ik het?

  • Eerste fase: vermoeidheid, snel en vaak transpireren, malaise, nachtelijk zweten, diarree, hoesten, gewichtsverlies en zwelling van de lymfeklieren.
  • Tweede fase: ziekten van het afweersysteem, infectieziekten

Hoe werkt het?

AIDS is een afkorting die staat voor "Aquired Immuno Deficiency Syndrome". Vrij vertaald betekent dat "verschijnselen veroorzaakt door een verworven (dat wil zeggen, niet aangeboren) te kort schieten van het afweersysteem van het lichaam". Het tekort schieten van de afweer is het gevolg van een besmetting van bepaalde afweercellen (CD4 cellen) met het HIV-virus. Het lichaam is daardoor niet meer in staat hele simpele infecties, waarmee een gezond mens helemaal geen moeite heeft, het hoofd te bieden. Uiteindelijk leidt dat tot de dood. Het is van belang onderscheid te maken tussen het besmet zijn met het AIDS-virus (we noemen dat HIV-positief zijn) en lijden aan de ziekte AIDS. Je lijdt pas aan de ziekte als je er verschijnselen van ondervindt (ziek wordt). Je kunt echter al geruime tijd besmet zijn met het virus zonder er iets van te merken. De ernst van de besmetting kan worden afgelezen in het bloed. Gezonde mensen hebben rond de 1.000 CD4 cellen per kubieke millimeter bloed. Bij personen die HIV-positief zijn neemt dat aantal geleidelijk af. Meestal zie je ziekteverschijnselen optreden zodra het lager wordt dan 200 per kubieke millimeter. In Nederland ziet men de meeste besmettingen onder drugsverslaafden en mannelijke homoseksuelen. In andere werelddelen, met name Afrika, wordt het virus veelal verspreid door heteroseksueel contact. In veel Afrikaanse landen is een aanzienlijk percentage van de bevolking besmet.

Hoe ontstaat het?

AIDS is een besmettelijke ziekte. Het virus kan worden overgebracht via contact met besmet lichaamsvocht: bloed, sperma, vaginaal vocht. Het virus passeert niet door de intacte huid. In de praktijk betekent dat, dat u besmet kunt raken door gebruik van een geïnfecteerde injectiespuit (bij drugsgebruikers) en door onveilige seks met een besmette partner. Onder onveilige seks kun je verstaan geslachtsgemeenschap (vaginaal, anaal) zonder gebruik van een condoom; het in de mond krijgen van sperma tijdens orale seks, vooral tijdens de menstruatie. Door zoenen wordt het virus niet overgebracht. Evenmin door strelen en andere vormen van huidcontact, zolang er tenminste geen open wondjes zijn.

Hoe ga ik er zelf mee om?

Allereerst: zorg dat u het niet krijgt. Vrij dus veilig (zie boven) tot u zeker weet dat u en uw partner beiden niet besmet zijn. Als u drugs spuit, zorg dan dat u altijd schone naalden en spuiten gebruikt. Die zijn bij de GGD verkrijgbaar. Als u weet dat u HIV positief bent wees dan extra voorzichtig in uw contacten met niet-besmette partners.

Hoe gaat de arts er mee om?

Er zijn (nog) geen medicijnen beschikbaar die AIDS kunnen genezen. Wel zijn er verschillende middelen die de ontwikkeling van de besmetting kunnen afremmen. Deze werken bijna alle remmend op de vermenigvuldiging van het virus. Door de medicijnen te gebruiken is de kans groot dat u veel langer gezond blijft. Meestal worden ze in combinaties (cocktails) voorgeschreven. Vanzelfsprekend kunnen ze ook bijwerkingen veroorzaken. Als u AIDS heeft en een infectie krijgt, dan kan deze vaak met antibiotica behandeld worden. Aan de ontwikkeling van een vaccin wordt door vele wetenschappers hard gewerkt. Het ziet er echter nog niet naar uit dat binnen afzienbare tijd een effectief en veilig vaccin beschikbaar komt.

Wetenschappelijk nieuws

Er is een belangrijke stap gezet naar een werkend vaccin tegen hiv. Onderzoekers zijn erin geslaagd neutraliserende antistoffen op te wekken die besmetting met het aidsvirus kunnen tegenhouden. Hierover publiceren zij in het wetenschappelijke vakblad Science. Hun research brengt ook aan het licht waarom de huidige vaccins die bij mensen worden getest, niet werken. Een van de grote uitdagingen bij het ontwikkelen van een hiv-vaccin is het namaken van het envelopeiwit dat het virus omhult. Daartegen moet een afweerreactie op gang komen zodra hiv het lichaam binnenkomt. Het volstaat niet om het envelopeiwit zelf in een vaccin te stoppen: het is erg instabiel en valt uit elkaar zodra je het injecteert. Daardoor wek je een verkeerde afweerreactie op. Onderzoekers van het AMC en Cornell University (New York) werkten zeventien jaar aan het bouwen van een stabiel eiwit dat qua structuur erg lijkt op het echte envelopeiwit. Dat is vervolgens getest in proefdiermodellen. Het vaccin bleek goede antistoffen op te wekken die het virus kunnen neutraliseren. Dit in tegenstelling tot de vaccins die momenteel bij mensen worden getest; zij bleken in dezelfde proefdiermodellen niet te werken. Nu zij de structuur van het envelopeiwit doorgrond hebben, kunnen de onderzoekers ook verklaren waarom de huidige vaccins niet succesvol zijn. AMCviroloog Rogier Sanders, verbonden aan het laboratorium voor Experimentele Virologie: ‘De eiwitten die daarin zitten, hebben niet dezelfde structuur als die op hiv. Daardoor worden antistoffen opgewekt tegen verkeerde onderdelen van het envelopeiwit.’ De ontdekking is een belangrijke stap op weg naar een goed werkend aidsvaccin. Maar we zijn er nog niet, zegt Sanders. ‘Hiv verandert steeds. De variatie in aidsvirussen is vele malen groter dan bij het griepvirus, waarvoor je ieder jaar een nieuw vaccin moet samenstellen. Daarom willen we breed neutraliserende antistoffen opwekken die álle of in ieder geval de meeste hiv-stammen remmen. Dat is nog niet gelukt.’ Sanders en zijn collega’s kunnen tegen twee stammen van het aidsvirus de gewenste afweerreactie opwekken. Ze zijn nu bezig met de vraag hoe ze antistoffen kunnen opwekken die zo veel mogelijk van de enorme hoeveelheid stammen aanpakken

Aids
Aids
Aids
Aids
Aids
HPV
Hiv
HIV
HIV
wormen