contactgegevens
APOTHEEK LANOO
Heidestraat 82a
3590 Diepenbeek
T. 011 33 19 11
pascale.lanoo@telenet.be
› Anorexia nervosa

Hoe merk ik het?

  • Vermagering, uithongering
  • Vertekend lichaamsbeeld.
  • Gebruik van laxeer- en of plasmiddelen
  • Moedwillig overgeven
  • Minder sociale contacten
  • Donsachtige beharing in het gezicht, op de armen, borst en rug
  • Lichamelijk: verstoord menstruatieritme, verminderde vruchtbaarheid, botontkalking, moeheid, duizeligheid, lusteloosheid, depressiviteit, slecht gebit, droge huid, stofwisselings- en slaapstoornissen, nier- en leverbeschadigingen, spierkrampen, hartritmestoornissen

Hoe werkt het?

Anorexia nervosa is een kwaal, waarbij een ziekelijke behoefte bestaat om af te vallen. Anorexie patiënten zijn obsessief bezig met voeding en hun gewicht. Ze hebben een vertekend beeld van hun eigen lichaam. Waar zij naar medische maatstaven, maar ook naar de mening van hun omgeving véél te mager zijn, vinden zij zich veel te dik. Het obsessieve uit zich erin dat ieder hapje en iedere calorie zorgvuldig wordt overwogen. Naast het overdreven dieet doen anorexie patiënten vaak ook nog aan duursport, om extra gewicht kwijt te raken. Vaak worden ook laxeermiddelen gebruikt, soms ook plaspillen. Anorexie patiënten ontkennen dat ze een eetprobleem hebben en, zo ze het wél weten, dan houden ze dat voor hun omgeving zoveel mogelijk verborgen. Het slechte eten heeft natuurlijk lichamelijke gevolgen: de stofwisseling wordt trager, de bloeddruk daalt, je raakt vermoeid, bent snel duizelig. De menstruatie verdwijnt omdat er geen eisprong meer is. Huid, haren en tanden lijden onder de tekorten. Er kan hongeroedeem ontstaan (reden om weer plaspillen te gebruiken). Uiteindelijk kan de stofwisseling volledig verstoord raken. Bij tien procent van de patiënten leidt de ziekte op deze wijze tot de dood.

Hoe ontstaat het?

    De ziekte komt tien keer zoveel voor bij vrouwen als bij mannen, een à twee op de duizend vrouwen lijdt eraan. Bij het ontstaan ervan spelen meerdere factoren een rol:
  • Culturele factor. De rolmodellen uit de modewereld zijn extreem mager. In een poging hen na te volgen zijn vele vrouwen voortdurend met hun lijn bezig, vaak van jongs af aan. Het streefgewicht is daarbij vaak lager dan gezond is.
  • Psychosociale factoren. Anorexie patiënten zijn vaak perfectionistisch, tegelijk onzeker en faalangstig en erg afhankelijk van wat de omgeving van hen vindt. Vaak hebben ze het moeilijk met hun emoties (boosheid, verdriet, angst, blijheid) en weten ze niet goed hoe die te hanteren en te uiten. Worden in die onzekere situatie bijzondere of irreële eisen gesteld, vanuit het gezin of vanuit de sociale omgeving, dan kan dat leiden tot een gestoord eetgedrag. We zien dat versterkt optreden in kwetsbare perioden als de puberteit en na traumatische gebeurtenissen.

Hoe ga ik er zelf mee om?

Overgewicht is een reëel probleem in deze tijd. Niettemin is het ideale figuur, zoals het ons wordt voorgespiegeld in de pers en op film en TV, veel te mager. Voor u besluit af te vallen, ga dan eerst na of u werkelijk te dik bent, naar medische maatstaven. Heeft u overgewicht, stel uw streefgewicht dan niet te laag.

Wetenschappelijk nieuws

Variaties in een aantal genen bepalen samen met omgevingsfactoren de kans op het ontstaan van anorexia nervosa. Dit zijn de eerste resultaten van een wereldwijd genetisch onderzoek bij bijna drieduizend patiënten met deze ziekte. De online publicatie is onlangs verschenen in het gerenommeerde tijdschrift Molecular Psychiatry. Genen ontdekt die de kans op anorexia nervosa vergrotenHet is al langer bekend dat anorexia nervosa vaker binnen families voorkomt. Een groot consortium zocht daarom naar genetische risicofactoren. In Nederland zijn het Centrum Eetstoornissen Ursula van Rivierduinen, het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), Altrecht Eetstoornissen Rintveld en het UMC Utrecht bij dit omvangrijke onderzoek betrokken. Uit het onderzoek komt niet duidelijk één gen naar voren dat anorexia nervosa veroorzaakt. Zoals verwacht gaat het om een combinatie van variaties in vele genen waarbij het nog onduidelijk is welke genen echt belangrijk zijn voor het ontstaan van de ziekte en het beloop ervan. Wel is duidelijk dat enkele van deze in totaal 76 gevonden genen een rol spelen bij het vormen van neurale netwerken en synapsen, en niet alleen gevonden worden bij anorexia, maar ook al eerder bij autisme en ADHD in beeld zijn gekomen. Vervolgonderzoek moet uitwijzen of en hoe deze genen een rol spelen bij anorexia. “We denken dat dit nog maar het topje van de ijsberg is. De volgende stap is DNA verzamelen van meer dan 25.000 patiënten met anorexia. Dat vraagt om wereldwijde samenwerking”, aldus prof. Eric van Furth (LUMC). “Vergelijkbaar onderzoek bij schizofrenie is al wat verder: bij 35.000 patiënten met schizofrenie is nu genetisch onderzoek gedaan en dat heeft inmiddels geleid tot tientallen plekken in het genoom waar genen liggen die bijdragen aan het ontstaan van schizofrenie”, reageert prof. Roger Adan (UMC Utrecht). Prof. dr. Annemarie van Elburg (Altrecht en Universiteit Utrecht) vult aan: “We hebben nu wel sleutels in handen waarmee we gericht verder onderzoek kunnen doen om te ontrafelen welke processen en risicofactoren essentieel zijn in het ontstaan van eetstoornissen. Begrip hiervan is essentieel om nieuwe therapieën te vinden voor deze ernstige psychiatrische stoornissen.”