contactgegevens
APOTHEEK LANOO
Heidestraat 82a
3590 Diepenbeek
T. 011 33 19 11
pascale.lanoo@telenet.be
› Angststoornis

Hoe merk ik het?

  • Ernstige of langdurig aanhoudende angst of paniek met nadelige gevolgen voor het dagelijks functioneren
  • Allerlei lichamelijk klachten zoals hartkloppingen, duizeligheid en pijn op de borst
  • Vermijdingsgedrag

Hoe werkt het?

Angst is een beklemmend, onaangenaam gevoel dat ontstaat in bedreigende of onheilspellende situaties. Op zichzelf is angst een normaal en zinvol verschijnsel. Iemand die zich angstig voelt bevindt zich in een hogere staat van alertheid, de spieren zijn gespannen en de zintuigen functioneren optimaal. De angst bij een angststoornis valt niet meer onder de noemer reële angst. De angst is doorgeschoten, buitensporig of houdt onevenredig lang aan. Angst kan gepaard gaan met een groot aantal klachten, waarvan vele op zichzelf weer angst kunnen veroorzaken waardoor een vicieuze cirkel kan ontstaan. Angst kan voorkomen in de vorm van een paniekaanval: een minuten tot uren durende periode met hevige angst waarbij alle bovengenoemde verschijnselen kunnen voorkomen. Men kan ook angstig zijn in een bepaalde, specifieke situatie, zoals bij hoogtevrees, bij het zien van een spin of in een kleine, benauwende ruimte. Een andere vaak voorkomende vorm van angst is de sociale angst: de angst om in een situatie te belanden waarin mogelijk de kritische aandacht van anderen wordt getrokken, zoals bij spreken in het openbaar. Er zijn ook mensen waarbij voor bijna alle aspecten van het dagelijkse leven een niet passende angst of bezorgdheid bestaat. Hypochondrie is de medische benaming voor de angst voor ernstige ziekten zonder dat daarvoor een redelijke grond bestaat. Een laatste vorm van een angststoornis is de obsessief-compulsieve stoornis. Deze stoornis wordt gekenmerkt door steeds maar terugkerende, hardnekkige (obsessieve) gedachten (bijvoorbeeld de gedachte vieze handen te hebben) waarvan met weet dat ze onzinnig zijn maar die toch tot angst of spanning aanleiding geven.

Hoe ontstaat het?

Zoals bij de meeste psychische en psychiatrische aandoeningen gaat men tegenwoordig ook bij het ontstaan van een angststoornis uit van een samenspel van lichamelijke (biologische), psychologische en sociale factoren. De angst bij een angststoornis is zoals gezegd een niet reële, niet bij de situatie passende angst. Niet zozeer de situatie waarin men zich bevindt is de veroorzaker van de angst maar het foutief interpreteren van die situatie. Het gevaar wordt overschat. Tijdens een angstaanval komen extra hormonen in het lichaam vrij, zoals adrenaline. Deze hormonen veroorzaken mede tal van de hierboven genoemde verschijnselen zoals de hartkloppingen, het transpireren en het trillen.

Hoe ga ik er zelf mee om?

Angststoornissen komen regelmatig voor. Van mild tot ernstig. Bij een milde angststoornis, met nauwelijks gevolgen voor het dagelijks leven is behandeling niet altijd nodig. Dat geldt vooral voor een specifieke angst of fobie. Met bijvoorbeeld een angst voor spinnen is in het algemeen wel te leven. Indien er sprake is van ernstige angst, vooral wanneer de angst het dagelijkse leven gaat beïnvloeden en zeker wanneer daarbij situaties worden vermeden waarin angst zou kunnen optreden of wanneer angst voor de angst gaat ontstaan, is het zinvol uw huisarts om advies te vragen.

Hoe gaat de arts er mee om?

Bij de meeste psychische aandoeningen en ook bij de angststoornissen zijn er in het algemeen drie manieren om de stoornis te behandelen: praten (psychotherapie), medicijnen en een combinatie van beide. Geruststelling, uitleg en proberen de oorzaak van de angst te achterhalen zijn bij de behandeling van angststoornissen van groot belang. Ook medicijnen kunnen daarbij helpen. Voorzichtigheid is echter geboden. Gewenning en bijwerkingen zijn de gevaren. De meest toegepaste vorm van psychotherapie bij angststoornissen is de gedragstherapie. Bij angststoornissen wordt daarbij geprobeerd u langzaam maar zeker te laten wennen aan die situaties of gedachten die angst veroorzaken.

Wetenschappelijk nieuws

Het Erasmus MC gaat onderzoek doen naar een nieuwe behandeling voor angststoornissen bij kinderen, de zogenaamde selectieve aandachtsbehandeling (SAB). Nieuw is dat deze behandeling voor het eerst bij kinderen en jongeren wordt onderzocht en dat SAB via internet wordt aangeboden. In combinatie met Cognitieve Gedragstherapie, CGT, worden goede resultaten verwacht. Het onderzoek start in oktober en gaat twee jaar duren. Van alle psychiatrische stoornissen op de kinderleeftijd komen angststoornissen het meest voor (15 – 20% algemene bevolking). Angststoornissen, zoals fobiën, verlatingsangst etc., hebben een negatieve invloed op het functioneren van kinderen en hun welbevinden. Cognitieve gedragstherapie (CGT) is momenteel de meest effectieve behandeling voor angststoornissen. CGT slaat echter slechts bij 50 tot 60% van de kinderen aan. Kinderen die niet genezen van hun angststoornis hebben een groot risico op het ontwikkelen van andere psychiatrische stoornissen, schooluitval, sociale isolatie, alcoholisme en depressie. Het is dus van groot belang dat er effectievere behandelingen ontwikkeld worden die de kwaliteit van leven en de ontwikkelingsmogelijkheden van deze kinderen verbeteren. Een veelbelovende en nieuwe behandeling voor angststoornissen bij kinderen en jongeren is selectieve aandachtsbehandeling (SAB). Selectieve aandacht is een oorzaak voor het ontwikkelen van angst. Kinderen met een angststoornis letten meer op gevaar in hun omgeving dan niet-angstige kinderen. Hierdoor zien zij situaties sneller als bedreigend. SAB leert kinderen met een online computertaak om hun aandacht op neutrale en positieve dingen te richten en vermindert zo hun angst. Verschillende onderzoeken bij volwassenen met een angststoornis laten zien dat SAB leidt tot een duidelijke vermindering van angst. Zo blijkt dat na een paar sessies aandachtsbehandeling 70 tot 75% van de volwassenen genezen waren van hun angststoornis. Deze effecten werden ook vier maanden na de trainingen gevonden en ook werden veranderingen in het hersenfunctioneren waargenomen. Ondanks de aangetoonde effectiviteit bij volwassenen is SAB nauwelijks onderzocht bij kinderen. Dr. Jeroen Legerstee, psycholoog op de afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie en Psychologie van het Erasmus MC, leidt het onderzoek. Legerstee: “Als de combinatie van SAB en CGT effectief blijkt, zullen in de toekomst meer kinderen met een angststoornis profiteren van behandeling. Zo worden langdurige negatieve invloeden op het welbevinden en functioneren van het kind voorkomen. Voordelen van SAB ten opzichte van andere angstbehandelingen zijn dat het kosteneffectief en toegankelijk is en weinig tijd vergt.“